BWBR0046503
Geldig vanaf 2022-04-01
Artikel 13
Regeling opvang ontheemden Oekraïne
1. Het college van burgemeester en wethouders kan de verstrekkingen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, beperken of intrekken indien:
a. de particuliere opvang van de ontheemde beëindigd wordt omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien;
b. de ontheemde de particuliere opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de particuliere opvang is verschenen.
2. Het college van burgemeester en wethouders trekt, met ingang van de eerstvolgende maand, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, geheel of ten dele in, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid:
a. inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft en zulks blijkt uit de door de ontheemde opgegeven of van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen ontvangen informatie over zijn inkomsten uit arbeid;
b. een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt;
c. gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het college van burgemeester en wethouders om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling, of
d. inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.
3. Het college van burgemeester en wethouders kan de verstrekkingen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, terugvorderen indien deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn verstrekt. Het college van burgemeester en wethouders vordert niet meer terug dan er is verstrekt.
a. de particuliere opvang van de ontheemde beëindigd wordt omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien;
b. de ontheemde de particuliere opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de particuliere opvang is verschenen.
2. Het college van burgemeester en wethouders trekt, met ingang van de eerstvolgende maand, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, geheel of ten dele in, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid:
a. inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft en zulks blijkt uit de door de ontheemde opgegeven of van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen ontvangen informatie over zijn inkomsten uit arbeid;
b. een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt;
c. gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het college van burgemeester en wethouders om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling, of
d. inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.
3. Het college van burgemeester en wethouders kan de verstrekkingen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, terugvorderen indien deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn verstrekt. Het college van burgemeester en wethouders vordert niet meer terug dan er is verstrekt.