BWBR0045966
Geldig vanaf 2023-05-26
Artikel 8
Regeling stimulering deelname Europees Defensiefonds
1. Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bedraagt € 0 per openstellingsperiode als bedoeld in artikel 6, tweede lid.
2. De minister verdeelt het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij geldt dat de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking komt.
3. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als dag van binnenkomst.
4. Indien de minister op de dag dat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de volgorde van die aanvragen vast door middel van loting.
5. Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bedraagt voor de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 6, vierde lid:
a. voor 2023: € 5.950.000;
b. voor 2024: € 5.000.000.
6. De minister verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, overeenkomstig de volgorde van de Europese ranglijst, waarbij geldt dat voor alle aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, onder de opschortende voorwaarden van artikel 9, eerste lid, subsidie verleend wordt.
7. Voor zover het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, wordt overschreden, stelt de minister de onderlinge rangschikking van de aanvragen die in de Europese ranglijst een gelijke score hebben gekregen vast door middel van loting.
8. Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor acties als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, in een bepaalde openstellingsperiode lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag aan het subsidieplafond voor acties als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, toegevoegd.
2. De minister verdeelt het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij geldt dat de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking komt.
3. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als dag van binnenkomst.
4. Indien de minister op de dag dat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de volgorde van die aanvragen vast door middel van loting.
5. Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bedraagt voor de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 6, vierde lid:
a. voor 2023: € 5.950.000;
b. voor 2024: € 5.000.000.
6. De minister verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, overeenkomstig de volgorde van de Europese ranglijst, waarbij geldt dat voor alle aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, onder de opschortende voorwaarden van artikel 9, eerste lid, subsidie verleend wordt.
7. Voor zover het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, wordt overschreden, stelt de minister de onderlinge rangschikking van de aanvragen die in de Europese ranglijst een gelijke score hebben gekregen vast door middel van loting.
8. Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor acties als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, in een bepaalde openstellingsperiode lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag aan het subsidieplafond voor acties als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, toegevoegd.