BWBR0045966
Geldig vanaf 2023-05-26
Artikel 7
Regeling stimulering deelname Europees Defensiefonds
1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverstrekking indien:
a. de aanvraag: 1°. niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
2°. niet voldoet aan de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. leidt tot een cumulatie van steun die niet is toegestaan op grond van artikel 14, derde lid, of artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, omdat de in artikel 4 van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor aanmelding vastgestelde drempels, of de maximale steunintensiteiten van hoofdstuk III van de algemene groepsvrijstellingsverordening worden overschreden;
1°. niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
2°. niet voldoet aan de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. leidt tot een cumulatie van steun die niet is toegestaan op grond van artikel 14, derde lid, of artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, omdat de in artikel 4 van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor aanmelding vastgestelde drempels, of de maximale steunintensiteiten van hoofdstuk III van de algemene groepsvrijstellingsverordening worden overschreden;
b. de aanvrager: 1°. een onderneming is tegen wie bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, en artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
1°. een onderneming is tegen wie bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, en artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. In aanvulling op het eerste lid, beslist de minister afwijzend op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, indien de subsidieverstrekking leidt tot een overschrijding van de:
1°. aanmeldingsdrempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. maximale steunintensiteit bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3. In aanvulling op het eerste lid, beslist de minister afwijzend op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, indien:
a. de subsidieverlening: 1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 10 van de EDF Verordening;
2°. leidt tot een overschrijding van de aanmeldingsdrempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel i, subonderdeel iii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. leidt tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit bedoeld in artikel 25, vijfde of zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 10 van de EDF Verordening;
2°. leidt tot een overschrijding van de aanmeldingsdrempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel i, subonderdeel iii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. leidt tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit bedoeld in artikel 25, vijfde of zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. de aanvrager: 1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 9 van de EDF Verordening;
2°. een onderneming drijft die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land en niet beschikt over bewijs van door de minister van Defensie gegeven goedkeuring van de garanties, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de EDF Verordening of een bewijs van een aanvraag daartoe;
1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 9 van de EDF Verordening;
2°. een onderneming drijft die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land en niet beschikt over bewijs van door de minister van Defensie gegeven goedkeuring van de garanties, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de EDF Verordening of een bewijs van een aanvraag daartoe;
c. de minister van Defensie financiering verstrekt voor de ontwikkelactiviteiten waarvoor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, wordt aangevraagd.
a. de aanvraag: 1°. niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
2°. niet voldoet aan de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. leidt tot een cumulatie van steun die niet is toegestaan op grond van artikel 14, derde lid, of artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, omdat de in artikel 4 van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor aanmelding vastgestelde drempels, of de maximale steunintensiteiten van hoofdstuk III van de algemene groepsvrijstellingsverordening worden overschreden;
1°. niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
2°. niet voldoet aan de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. leidt tot een cumulatie van steun die niet is toegestaan op grond van artikel 14, derde lid, of artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, omdat de in artikel 4 van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor aanmelding vastgestelde drempels, of de maximale steunintensiteiten van hoofdstuk III van de algemene groepsvrijstellingsverordening worden overschreden;
b. de aanvrager: 1°. een onderneming is tegen wie bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, en artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
1°. een onderneming is tegen wie bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, en artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. In aanvulling op het eerste lid, beslist de minister afwijzend op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, indien de subsidieverstrekking leidt tot een overschrijding van de:
1°. aanmeldingsdrempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
2°. maximale steunintensiteit bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3. In aanvulling op het eerste lid, beslist de minister afwijzend op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, indien:
a. de subsidieverlening: 1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 10 van de EDF Verordening;
2°. leidt tot een overschrijding van de aanmeldingsdrempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel i, subonderdeel iii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. leidt tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit bedoeld in artikel 25, vijfde of zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 10 van de EDF Verordening;
2°. leidt tot een overschrijding van de aanmeldingsdrempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel i, subonderdeel iii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
3°. leidt tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit bedoeld in artikel 25, vijfde of zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. de aanvrager: 1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 9 van de EDF Verordening;
2°. een onderneming drijft die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land en niet beschikt over bewijs van door de minister van Defensie gegeven goedkeuring van de garanties, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de EDF Verordening of een bewijs van een aanvraag daartoe;
1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 9 van de EDF Verordening;
2°. een onderneming drijft die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land en niet beschikt over bewijs van door de minister van Defensie gegeven goedkeuring van de garanties, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de EDF Verordening of een bewijs van een aanvraag daartoe;
c. de minister van Defensie financiering verstrekt voor de ontwikkelactiviteiten waarvoor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, wordt aangevraagd.