BWBR0045966
Geldig vanaf 2023-05-26
Artikel 13
Regeling stimulering deelname Europees Defensiefonds
1. Nadat is voldaan aan de opschortende voorwaarden, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en de financieringsovereenkomst voor de betreffende actie ondertekend is door de Europese Commissie, verstrekt de minister voorschotten voor een subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b.
2. De minister verstrekt het eerste voorschot, indien en zodra de subsidieontvanger aantoont het eerste voorschot vanwege de Europese Commissie te hebben ontvangen.
3. De minister verstrekt de volgende voorschotten ambtshalve binnen twee weken na 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober voor de in het desbetreffende kwartaal te maken kosten.
4. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 90% van het bedrag dat in het desbetreffende kwartaal maximaal voor subsidie in aanmerking komt.
5. Indien sprake is van een begroting per mijlpaal, berekent de minister de hoogte van het maximaal voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, in aanmerking komende bedrag door de in de periode tussen twee mijlpalen te maken subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met de toepasselijke percentages, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, en te delen door het aantal voorschotmomenten in deze periode.
6. De minister berekent de hoogte van het maximaal voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, in aanmerking komende bedrag door de volgens de begroting in de gehele subsidieperiode te maken subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met een de toepasselijke percentages, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, en te delen door het aantal voorschotmomenten in deze periode.
7. Het geheel aan voorschotten als bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan het voorschotpercentage, bedoeld in het vierde lid, maal de maximale hoogte van de subsidie.
2. De minister verstrekt het eerste voorschot, indien en zodra de subsidieontvanger aantoont het eerste voorschot vanwege de Europese Commissie te hebben ontvangen.
3. De minister verstrekt de volgende voorschotten ambtshalve binnen twee weken na 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober voor de in het desbetreffende kwartaal te maken kosten.
4. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 90% van het bedrag dat in het desbetreffende kwartaal maximaal voor subsidie in aanmerking komt.
5. Indien sprake is van een begroting per mijlpaal, berekent de minister de hoogte van het maximaal voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, in aanmerking komende bedrag door de in de periode tussen twee mijlpalen te maken subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met de toepasselijke percentages, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, en te delen door het aantal voorschotmomenten in deze periode.
6. De minister berekent de hoogte van het maximaal voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, in aanmerking komende bedrag door de volgens de begroting in de gehele subsidieperiode te maken subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met een de toepasselijke percentages, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, en te delen door het aantal voorschotmomenten in deze periode.
7. Het geheel aan voorschotten als bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan het voorschotpercentage, bedoeld in het vierde lid, maal de maximale hoogte van de subsidie.