BWBR0045966
Geldig vanaf 2023-05-26
Artikel 12
Regeling stimulering deelname Europees Defensiefonds
1. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister:
a. van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem;
b. zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
2. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 28, vierde lid, tweede volzin van de EDF Verordening, voert de subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:
a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;
b. het aantal eenheden dat per kostendrager is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
c. het aantal uren dat per persoon is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
d. de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte en betaalde kosten.
3. De administratie, bedoeld in het tweede lid, wordt tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.
4. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, voldoet gedurende de gehele duur van de actie in het kader waarvan hij ontwikkelactiviteiten uitoefent aan de verplichtingen die voortvloeien de EDF Verordening.
5. Een subsidieontvanger die op het tijdstip van de verlening van de subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, geen vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland heeft, draagt er zorg voor dat deze onderneming voor de eerste voorschotbetaling een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland heeft.
6. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister indien:
1°. de ontwikkelactiviteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;
2° de Europese Commissie naar aanleiding van kennisgeving als bedoeld in artikel 9, zevende lid van de EDF Verordening, oordeelt dat de subsidieontvanger niet meer aan de subsidiabiliteitscriteria uit de EDF Verordening voldoet en dat dit gevolgen heeft voor de verstrekte financiering vanuit het Europees Defensiefonds.
7. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, brengt aan de minister schriftelijk verslag uit overeenkomstig de wijze en frequentie waarop hij daartoe jegens de Europese Commissie verplicht is op grond van artikel 28, vierde lid, tweede volzin, van de EDF Verordening.
8. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, draagt, onverminderd artikel 23 van de EDF Verordening, zorg voor een verantwoord gebruik van de uit de gesubsidieerde activiteiten voortvloeiende resultaten overeenkomstig de subsidieaanvraag.
9. De verplichtingen, bedoeld in het achtste lid, gelden gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.
10. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
a. van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem;
b. zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
2. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 28, vierde lid, tweede volzin van de EDF Verordening, voert de subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:
a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;
b. het aantal eenheden dat per kostendrager is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
c. het aantal uren dat per persoon is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
d. de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte en betaalde kosten.
3. De administratie, bedoeld in het tweede lid, wordt tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.
4. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, voldoet gedurende de gehele duur van de actie in het kader waarvan hij ontwikkelactiviteiten uitoefent aan de verplichtingen die voortvloeien de EDF Verordening.
5. Een subsidieontvanger die op het tijdstip van de verlening van de subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, geen vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland heeft, draagt er zorg voor dat deze onderneming voor de eerste voorschotbetaling een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland heeft.
6. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister indien:
1°. de ontwikkelactiviteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;
2° de Europese Commissie naar aanleiding van kennisgeving als bedoeld in artikel 9, zevende lid van de EDF Verordening, oordeelt dat de subsidieontvanger niet meer aan de subsidiabiliteitscriteria uit de EDF Verordening voldoet en dat dit gevolgen heeft voor de verstrekte financiering vanuit het Europees Defensiefonds.
7. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, brengt aan de minister schriftelijk verslag uit overeenkomstig de wijze en frequentie waarop hij daartoe jegens de Europese Commissie verplicht is op grond van artikel 28, vierde lid, tweede volzin, van de EDF Verordening.
8. De subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, draagt, onverminderd artikel 23 van de EDF Verordening, zorg voor een verantwoord gebruik van de uit de gesubsidieerde activiteiten voortvloeiende resultaten overeenkomstig de subsidieaanvraag.
9. De verplichtingen, bedoeld in het achtste lid, gelden gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.
10. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.