BWBR0044863
Geldig vanaf 2021-03-01
Artikel 40
Regeling plantgezondheid
1. Aardappelen worden uitsluitend geteeld met gebruikmaking van goedgekeurde pootaardappelen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:
a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van zetmeelaardappelen en zijn voorzien van een schriftelijke verklaring van Stichting TBM;
b. behoren tot in bijlage 10 genoemde aardappelrassen, en
c. afkomstig zijn van en geteeld worden op een productielocatie dat is gelegen in een in bijlage 11 aangewezen gebied.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien binnen dezelfde onderneming in het voorgaande jaar geen goedgekeurde pootaardappelen zijn geteeld en het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:
a. zijn voorzien van een schriftelijke verklaring van de NAK;
b. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van consumptieaardappelen;
c. voldoen aan de eisen als bedoeld in artikel 61 van de Regeling verhandeling teeltmateriaal met uitzondering van de eis van een officieel detectieonderzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van uitvoeringsverordening 2022/1192 voor de productielocatie waarop ze zijn geteeld en met uitzondering van het verbod tot vermeerderen met gebruikmaking van klasse B pootgoed, en
d. afkomstig zijn van een productielocatie, gelegen binnen een straal van 25 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler en die geteeld worden op een productielocatie, gelegen binnen een straal van 50 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler.
4. Het certificaat of de schriftelijke verklaring voor de pootaardappelen wordt bewaard tot de maand mei, volgend op het jaar waarin de pootaardappelen voor de teelt van aardappelen zijn gebruikt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:
a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van zetmeelaardappelen en zijn voorzien van een schriftelijke verklaring van Stichting TBM;
b. behoren tot in bijlage 10 genoemde aardappelrassen, en
c. afkomstig zijn van en geteeld worden op een productielocatie dat is gelegen in een in bijlage 11 aangewezen gebied.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien binnen dezelfde onderneming in het voorgaande jaar geen goedgekeurde pootaardappelen zijn geteeld en het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:
a. zijn voorzien van een schriftelijke verklaring van de NAK;
b. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van consumptieaardappelen;
c. voldoen aan de eisen als bedoeld in artikel 61 van de Regeling verhandeling teeltmateriaal met uitzondering van de eis van een officieel detectieonderzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van uitvoeringsverordening 2022/1192 voor de productielocatie waarop ze zijn geteeld en met uitzondering van het verbod tot vermeerderen met gebruikmaking van klasse B pootgoed, en
d. afkomstig zijn van een productielocatie, gelegen binnen een straal van 25 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler en die geteeld worden op een productielocatie, gelegen binnen een straal van 50 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler.
4. Het certificaat of de schriftelijke verklaring voor de pootaardappelen wordt bewaard tot de maand mei, volgend op het jaar waarin de pootaardappelen voor de teelt van aardappelen zijn gebruikt.