BWBR0044863
Geldig vanaf 2021-03-01
Artikel 28
Regeling plantgezondheid
1. Het is degene die een productielocatie in gebruik heeft verboden een aantasting van valse meeldauw te hebben, die als volgt omschreven is:
a. een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door valse meeldauw aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20 m2, minimaal 1.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw of
b. verspreid aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100 m2, minimaal 2.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw.
2. Degene die een productielocatie in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde aantasting.
a. een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door valse meeldauw aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20 m2, minimaal 1.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw of
b. verspreid aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100 m2, minimaal 2.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw.
2. Degene die een productielocatie in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde aantasting.