BWBR0044752
Geldig vanaf 2022-04-30
Artikel 6.7
Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties en verhuurders sportaccommodaties COVID-19
1. De minister kan een steekproef uitvoeren voor de vaststelling van de tegemoetkoming.
2. Op verzoek van de minister toont de ontvanger van een tegemoetkoming na de verlening aan dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 6 van deze beleidsregel door het overleggen van:
a. een overzicht van de omzet van de amateursportorganisatie waaruit blijkt dat deze ten opzichte van de periode van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2019 een omzetverlies van ten minste 10% heeft geleden in Q2 2021;
b. de facturen of contracten op naam van de amateursportorganisatie voor haar doorlopende lasten of personeelskosten;
c. de factuur op naam van de amateursportorganisatie of een schriftelijke mededeling van de sportbond aan de amateursportorganisatie waarin de hoogte van de bondsafdracht is genoemd;
d. indien een factuur of contract, bedoeld in onderdeel b, of een factuur of mededeling, bedoeld in onderdeel c, meer dan € 1.000 bedraagt, een betalingsbewijs, waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie de doorlopende lasten, personeelskosten of bondsafdracht heeft betaald;
e. de jaarrekening van het laatst afgesloten boekjaar;
f. een overzicht van de loonkosten; en
g. een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming of subsidie op grond van de TVL, de NOW en de Tozo.
3. Indien de tegemoetkoming niet binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming uiterlijk 25 november 2022 ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
4. Indien de tegemoetkoming binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming binnen dertien weken na ontvangst van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met g, vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
2. Op verzoek van de minister toont de ontvanger van een tegemoetkoming na de verlening aan dat hij voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 6 van deze beleidsregel door het overleggen van:
a. een overzicht van de omzet van de amateursportorganisatie waaruit blijkt dat deze ten opzichte van de periode van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2019 een omzetverlies van ten minste 10% heeft geleden in Q2 2021;
b. de facturen of contracten op naam van de amateursportorganisatie voor haar doorlopende lasten of personeelskosten;
c. de factuur op naam van de amateursportorganisatie of een schriftelijke mededeling van de sportbond aan de amateursportorganisatie waarin de hoogte van de bondsafdracht is genoemd;
d. indien een factuur of contract, bedoeld in onderdeel b, of een factuur of mededeling, bedoeld in onderdeel c, meer dan € 1.000 bedraagt, een betalingsbewijs, waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie de doorlopende lasten, personeelskosten of bondsafdracht heeft betaald;
e. de jaarrekening van het laatst afgesloten boekjaar;
f. een overzicht van de loonkosten; en
g. een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming of subsidie op grond van de TVL, de NOW en de Tozo.
3. Indien de tegemoetkoming niet binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming uiterlijk 25 november 2022 ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
4. Indien de tegemoetkoming binnen de steekproef als bedoeld in het eerste lid valt, wordt de tegemoetkoming binnen dertien weken na ontvangst van de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met g, vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.