BWBR0044510
Geldig vanaf 2021-04-22
Artikel 6
Subsidieregeling extra hulp voor de klas
1. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 18 december 2020 tot en met 24 januari 2021.
2. Aanvragen ingediend na 24 januari 2021 worden afgewezen.
3. In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregelingbevat de aanvraag voor het primair- en voortgezet onderwijs:
a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is;
b. een opsomming van de gemeentes die de regio vormen;
c. een overzicht van de bevoegde gezagsorganen en de deelnemende vestigingen die zij vertegenwoordigen;
d. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieder en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking;
e. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
f. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
g. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt; en
h. een ondertekende verklaring van alle bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de regio, waarin staat dat zij gezamenlijk werken aan de opgave in de regio, dat niet-bestede middelen naar rato van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is verstrekt worden verdeeld, dat zij meewerken aan een monitoronderzoek en dat zij alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
4. In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregelingbevat de aanvraag voor het middelbaar beroepsonderwijs:
a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is;
b. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieders en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking;
c. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
d. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid; en
e. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt.
5. In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregelingbevat de aanvraag voor het primair- en voortgezet onderwijs BES en het middelbaar beroepsonderwijs BES:
a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is;
b. voor welk eiland en welke sector of sectoren subsidie wordt aangevraagd;
c. een overzicht van de bevoegde gezagsorganen en de deelnemende school of scholen die zij vertegenwoordigen;
d. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieder en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking;
e. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
f. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
g. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt; en
h. een ondertekende verklaring van alle bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de aanvraag, waarin staat dat zij gezamenlijk werken aan de opgave op het eiland, dat niet-bestede middelen naar rato van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is verstrekt worden verdeeld, dat zij meewerken aan een monitoronderzoek en dat zij alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
6. De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe via de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld.
7. Een onvolledige aanvraag kan binnen twee weken worden aangevuld. Indien de aanvraag binnen die termijn niet is aangevuld, wordt de aanvraag afgewezen.
2. Aanvragen ingediend na 24 januari 2021 worden afgewezen.
3. In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregelingbevat de aanvraag voor het primair- en voortgezet onderwijs:
a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is;
b. een opsomming van de gemeentes die de regio vormen;
c. een overzicht van de bevoegde gezagsorganen en de deelnemende vestigingen die zij vertegenwoordigen;
d. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieder en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking;
e. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
f. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
g. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt; en
h. een ondertekende verklaring van alle bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de regio, waarin staat dat zij gezamenlijk werken aan de opgave in de regio, dat niet-bestede middelen naar rato van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is verstrekt worden verdeeld, dat zij meewerken aan een monitoronderzoek en dat zij alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
4. In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregelingbevat de aanvraag voor het middelbaar beroepsonderwijs:
a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is;
b. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieders en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking;
c. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
d. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid; en
e. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt.
5. In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregelingbevat de aanvraag voor het primair- en voortgezet onderwijs BES en het middelbaar beroepsonderwijs BES:
a. een beschrijving waarom extra tijdelijke personele inzet noodzakelijk is;
b. voor welk eiland en welke sector of sectoren subsidie wordt aangevraagd;
c. een overzicht van de bevoegde gezagsorganen en de deelnemende school of scholen die zij vertegenwoordigen;
d. indien van toepassing een vermelding en beschrijving van opleidingsaanbieder en andere partijen waarmee wordt samengewerkt en een beschrijving van de aard van de samenwerking;
e. de hoogte van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
f. een inschatting van de kwantificering van de aangevraagde middelen in percentages per categorie als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
g. de contactgegevens van de persoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt; en
h. een ondertekende verklaring van alle bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de aanvraag, waarin staat dat zij gezamenlijk werken aan de opgave op het eiland, dat niet-bestede middelen naar rato van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is verstrekt worden verdeeld, dat zij meewerken aan een monitoronderzoek en dat zij alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
6. De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe via de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld.
7. Een onvolledige aanvraag kan binnen twee weken worden aangevuld. Indien de aanvraag binnen die termijn niet is aangevuld, wordt de aanvraag afgewezen.