BWBR0044510
Geldig vanaf 2021-04-22
Artikel 5
Subsidieregeling extra hulp voor de klas
1. De regio waarop de aanvraag voor het primair of voortgezet onderwijs voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, betrekking heeft is gelijk aan een RAP-regio of voor wat betreft het primair onderwijs een regio die is gevormd in het kader van de Subsidieregeling uitvoering convenanten lerarentekort PO G5, met uitzondering van Almere.
2. Indien een vestiging nog niet deelneemt aan een regio als bedoeld in het eerste lid, kan een vestiging zich tijdelijk bij deze regio aansluiten indien is voldaan aan een van de volgende voorwaarden:
a. de vestiging is gelegen in deze regio;
b. de vestiging is gelegen in een aanpalende gemeente aan deze regio; of
c. de vestiging is niet gelegen in een aanpalende gemeente aan een regio als bedoeld in het eerste lid. Indien door uitbreiding van deze regio de vestiging alsnog aanpalend wordt, dan kan deze zich alsnog bij deze regio aansluiten.
3. Indien de vestiging nog niet deelneemt aan een regio als bedoeld in het eerste lid en de vestiging niet is gelegen in een reeds bestaande regio, kunnen vestigingen ook een nieuwe regio vormen.
4. Een nieuwe regio als bedoeld in het derde lid voldoet in het geval van een aanvraag voor het primair onderwijs aan de volgende eisen:
a. de vestigingen zijn gevestigd in een aaneengesloten geografisch gebied, uitgaande van bestaande gemeentegrenzen;
b. ten minste 35 procent van de bevoegde gezagsorganen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor primair onderwijs neemt deel aan de aanvraag; en
c. de deelnemende vestigingen van de scholen voor primair onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van de scholen voor primair onderwijs in de regio, met een minimum van 800 fte.
5. Een nieuwe regio als bedoeld in het derde lid voldoet in het geval van een aanvraag voor het voortgezet onderwijs aan de volgende eisen:
a. de vestigingen zijn gevestigd in een aaneengesloten geografisch gebied, uitgaande van bestaande gemeentegrenzen;
b. ten minste 50 procent van de bevoegde gezagsorganen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor voortgezet onderwijs neemt deel aan de aanvraag; en
c. de deelnemende vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs in de regio, met een minimum van 1.200 fte.
6. Indien sprake is van een sectoroverstijgende aanvraag zijn de eisen uit het vierde en vijfde lid eveneens van toepassing.
2. Indien een vestiging nog niet deelneemt aan een regio als bedoeld in het eerste lid, kan een vestiging zich tijdelijk bij deze regio aansluiten indien is voldaan aan een van de volgende voorwaarden:
a. de vestiging is gelegen in deze regio;
b. de vestiging is gelegen in een aanpalende gemeente aan deze regio; of
c. de vestiging is niet gelegen in een aanpalende gemeente aan een regio als bedoeld in het eerste lid. Indien door uitbreiding van deze regio de vestiging alsnog aanpalend wordt, dan kan deze zich alsnog bij deze regio aansluiten.
3. Indien de vestiging nog niet deelneemt aan een regio als bedoeld in het eerste lid en de vestiging niet is gelegen in een reeds bestaande regio, kunnen vestigingen ook een nieuwe regio vormen.
4. Een nieuwe regio als bedoeld in het derde lid voldoet in het geval van een aanvraag voor het primair onderwijs aan de volgende eisen:
a. de vestigingen zijn gevestigd in een aaneengesloten geografisch gebied, uitgaande van bestaande gemeentegrenzen;
b. ten minste 35 procent van de bevoegde gezagsorganen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor primair onderwijs neemt deel aan de aanvraag; en
c. de deelnemende vestigingen van de scholen voor primair onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van de scholen voor primair onderwijs in de regio, met een minimum van 800 fte.
5. Een nieuwe regio als bedoeld in het derde lid voldoet in het geval van een aanvraag voor het voortgezet onderwijs aan de volgende eisen:
a. de vestigingen zijn gevestigd in een aaneengesloten geografisch gebied, uitgaande van bestaande gemeentegrenzen;
b. ten minste 50 procent van de bevoegde gezagsorganen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor voortgezet onderwijs neemt deel aan de aanvraag; en
c. de deelnemende vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs in de regio, met een minimum van 1.200 fte.
6. Indien sprake is van een sectoroverstijgende aanvraag zijn de eisen uit het vierde en vijfde lid eveneens van toepassing.