BWBR0044510
Geldig vanaf 2021-04-22
Artikel 10
Subsidieregeling extra hulp voor de klas
1. De bestaande regio, bedoeld in artikel 5, eerste lid, weigert geen vestigingen die zich in het kader van deze regeling tijdelijk bij die regio willen aansluiten.
2. De penvoerder en het bevoegd gezag van een instelling meldt voor 31 mei 2022 in percentages per categorie hoe de extra personele inzet, bedoeld in artikel 3, tweede lid, heeft plaatsgevonden. Voor deze melding wordt gebruikgemaakt van het format dat wordt bekendgemaakt door DUS-I.
3. Het instellingsbestuur meldt voor 31 mei 2022 in percentages per categorie hoe de extra personele inzet, bedoeld in artikel 3, derde lid, heeft plaatsgevonden. Voor deze melding wordt gebruikt gemaakt van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld.
4. De penvoerder verdeelt de niet-bestede middelen bij de penvoerder naar rato van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is verstrekt over de bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de regio.
5. De activiteiten voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden uitgevoerd van 1 januari 2021 tot en met 31 juli 2021.
6. De activiteiten voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, worden uitgevoerd van 1 augustus 2021 tot en met 31 december 2021.
7. De activiteiten voor het hoger onderwijs waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, tweede lid, worden uitgevoerd van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021.
2. De penvoerder en het bevoegd gezag van een instelling meldt voor 31 mei 2022 in percentages per categorie hoe de extra personele inzet, bedoeld in artikel 3, tweede lid, heeft plaatsgevonden. Voor deze melding wordt gebruikgemaakt van het format dat wordt bekendgemaakt door DUS-I.
3. Het instellingsbestuur meldt voor 31 mei 2022 in percentages per categorie hoe de extra personele inzet, bedoeld in artikel 3, derde lid, heeft plaatsgevonden. Voor deze melding wordt gebruikt gemaakt van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar is gesteld.
4. De penvoerder verdeelt de niet-bestede middelen bij de penvoerder naar rato van het aantal leerlingen waarvoor subsidie is verstrekt over de bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de regio.
5. De activiteiten voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden uitgevoerd van 1 januari 2021 tot en met 31 juli 2021.
6. De activiteiten voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, worden uitgevoerd van 1 augustus 2021 tot en met 31 december 2021.
7. De activiteiten voor het hoger onderwijs waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6a, tweede lid, worden uitgevoerd van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021.