BWBR0044510
Geldig vanaf 2021-04-22
Artikel 3
Subsidieregeling extra hulp voor de klas
1. De minister kan subsidie verstrekken voor een tegemoetkoming in de extra kosten die scholen of instellingen tijdelijk maken om de continuïteit van het onderwijs tijdens de uitbraak van COVID-19 te kunnen waarborgen.
2. Voor het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs zijn subsidiabel de kosten verbonden aan:
a. het inzetten van leraren, onderwijsassistenten en instructeurs;
b. het laten geven van gastlessen;
c. het inzetten van studenten;
d. de ondersteuning op logistiek en toezicht op de naleving van coronamaatregelen;
e. het inhuren van personen die toezicht houden in de klas, bijvoorbeeld bij digitaal onderwijs door een leraar;
f. het inhuren van ondersteuning en begeleiding ter ontzorging van leraren of docenten en ander personeel; of
g. het werven, selecteren en organiseren van extra tijdelijke personele inzet.
3. Voor het hoger onderwijs zijn subsidiabel de kosten verbonden aan:
a. surveillanten en begeleiders, bijvoorbeeld voor toetsing van studenten;
b. helpdesk- en servicemedewerkers;
c. student-assistenten voor begeleiding bij practica;
d. personele ICT-ondersteuning bij online onderwijs, ondersteuning bij handhaving van de maatregelen ten behoeve van de bestrijding van COVID-19 op de campus, bij het anders inrichten van ruimten waaronder practicaruimten op de campus of bij communicatie- en roosterwerkzaamheden en bij andere werkzaamheden waarbij door de coronacrisis extra inspanningen nodig zijn;
e. overige functies ter ondersteuning van het onderwijs en onderzoek;
f. onderwijsvervanging door (student-assistenten en junior-docenten); of
g. het werven, selecteren en organiseren van extra tijdelijke personele inzet.
4. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. de verbetering van primaire arbeidsvoorwaarden en de bezoldiging van bestaand personeel; of
b. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.
2. Voor het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs zijn subsidiabel de kosten verbonden aan:
a. het inzetten van leraren, onderwijsassistenten en instructeurs;
b. het laten geven van gastlessen;
c. het inzetten van studenten;
d. de ondersteuning op logistiek en toezicht op de naleving van coronamaatregelen;
e. het inhuren van personen die toezicht houden in de klas, bijvoorbeeld bij digitaal onderwijs door een leraar;
f. het inhuren van ondersteuning en begeleiding ter ontzorging van leraren of docenten en ander personeel; of
g. het werven, selecteren en organiseren van extra tijdelijke personele inzet.
3. Voor het hoger onderwijs zijn subsidiabel de kosten verbonden aan:
a. surveillanten en begeleiders, bijvoorbeeld voor toetsing van studenten;
b. helpdesk- en servicemedewerkers;
c. student-assistenten voor begeleiding bij practica;
d. personele ICT-ondersteuning bij online onderwijs, ondersteuning bij handhaving van de maatregelen ten behoeve van de bestrijding van COVID-19 op de campus, bij het anders inrichten van ruimten waaronder practicaruimten op de campus of bij communicatie- en roosterwerkzaamheden en bij andere werkzaamheden waarbij door de coronacrisis extra inspanningen nodig zijn;
e. overige functies ter ondersteuning van het onderwijs en onderzoek;
f. onderwijsvervanging door (student-assistenten en junior-docenten); of
g. het werven, selecteren en organiseren van extra tijdelijke personele inzet.
4. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. de verbetering van primaire arbeidsvoorwaarden en de bezoldiging van bestaand personeel; of
b. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.