BWBR0044317
Geldig vanaf 2021-09-29
Artikel 2g
Tijdelijke wet verkiezingen covid-19
1. Burgemeester en wethouders wijzen stembureaus aan die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden. Op deze dagen vangt de stemming aan om zeven uur dertig en duurt tot eenentwintig uur.
2. Het aantal aan te wijzen stembureaus, bedoeld in het eerste lid, bedraagt op beide dagen ten minste:
a. in een gemeente met minder dan 10.000 kiesgerechtigden: 1;
b. in een gemeente met 10.000 tot 30.000 kiesgerechtigden: 2;
c. in een gemeente met 30.000 tot 60.000 kiesgerechtigden: 4;
d. in een gemeente met 60.000 tot 100.000 kiesgerechtigden: 8;
e. in een gemeente met 100.000 tot 350.000 kiesgerechtigden: 10;
f. in een gemeente met 350.000 of meer kiesgerechtigden: 20.
3. Bij het aanwijzen van stemlokalen voor de stembureaus, bedoeld in het eerste lid, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor dat deze op ten minste zoveel verschillende adressen gelegen zijn als het aantal, genoemd in het tweede lid.
4. De bij een stembureau als bedoeld in het eerste lid uitgebrachte stemmen worden opgenomen door het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen.
5. De burgemeester brengt de aanwijzingen, de dagen en de zittingstijden waarop de stemming plaatsvindt ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming ter openbare kennis.
2. Het aantal aan te wijzen stembureaus, bedoeld in het eerste lid, bedraagt op beide dagen ten minste:
a. in een gemeente met minder dan 10.000 kiesgerechtigden: 1;
b. in een gemeente met 10.000 tot 30.000 kiesgerechtigden: 2;
c. in een gemeente met 30.000 tot 60.000 kiesgerechtigden: 4;
d. in een gemeente met 60.000 tot 100.000 kiesgerechtigden: 8;
e. in een gemeente met 100.000 tot 350.000 kiesgerechtigden: 10;
f. in een gemeente met 350.000 of meer kiesgerechtigden: 20.
3. Bij het aanwijzen van stemlokalen voor de stembureaus, bedoeld in het eerste lid, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor dat deze op ten minste zoveel verschillende adressen gelegen zijn als het aantal, genoemd in het tweede lid.
4. De bij een stembureau als bedoeld in het eerste lid uitgebrachte stemmen worden opgenomen door het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen.
5. De burgemeester brengt de aanwijzingen, de dagen en de zittingstijden waarop de stemming plaatsvindt ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming ter openbare kennis.