BWBR0044317
Geldig vanaf 2021-09-29
Artikel 13
Tijdelijke wet verkiezingen covid-19
1. Indien burgemeester en wethouders een of meer stembureaus hebben aangewezen als bedoeld in artikel 3of 4, benoemen zij tijdig voor elke verkiezing een of meer personen die als waarnemer getuige zijn van het verloop van de zitting bij deze stembureaus. Een waarnemer krijgt geen instructies betreffende de wijze waarop hij inhoud dient te geven aan zijn functie. Artikel E 4, tweede en derde lid, van de Kieswetis van overeenkomstige toepassing.
2. Onverminderd artikel E 4, tweede lid, van de Kieswetkan niet als waarnemer worden benoemd, degene:
a. die kandidaat is voor de verkiezing in de betreffende kieskring;
b. die tot lid of plaatsvervangend lid van een stembureau is benoemd voor de desbetreffende verkiezing;
c. die lid is van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden.
3. Een waarnemer is bevoegd in het stemlokaal te vertoeven gedurende de tijd dat het stembureau in een stemlokaal zitting houdt.
4. Onverminderd artikel J 35, tweede lid, van de Kieswetkan een waarnemer mondeling bezwaar indienen bij het stembureau. Artikel J 35, derde lid, van de Kieswetis van overeenkomstige toepassing.
5. Een waarnemer brengt uiterlijk op de dag na de dag van de stemming om twaalf uur verslag uit aan de burgemeester van zijn bevindingen betreffende het verloop van de stemming. Bij ministeriële regeling wordt voor het verslag een model vastgesteld.
6. Artikel N 12, tweede lid, van de Kieswetis van overeenkomstige toepassing. De burgemeester zendt het verslag tezamen met de in artikel N 12, eerste lid, van de Kieswet bedoelde documenten onverwijld naar het hoofdstembureau. Het hoofdstembureau zendt het verslag tezamen met de in artikel O 5, eerste lid, van de Kieswetbedoelde documenten onverwijld naar het vertegenwoordigend orgaan.
7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent waarneming bij een stembureau als bedoeld in de artikelen 3en 4.
2. Onverminderd artikel E 4, tweede lid, van de Kieswetkan niet als waarnemer worden benoemd, degene:
a. die kandidaat is voor de verkiezing in de betreffende kieskring;
b. die tot lid of plaatsvervangend lid van een stembureau is benoemd voor de desbetreffende verkiezing;
c. die lid is van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden.
3. Een waarnemer is bevoegd in het stemlokaal te vertoeven gedurende de tijd dat het stembureau in een stemlokaal zitting houdt.
4. Onverminderd artikel J 35, tweede lid, van de Kieswetkan een waarnemer mondeling bezwaar indienen bij het stembureau. Artikel J 35, derde lid, van de Kieswetis van overeenkomstige toepassing.
5. Een waarnemer brengt uiterlijk op de dag na de dag van de stemming om twaalf uur verslag uit aan de burgemeester van zijn bevindingen betreffende het verloop van de stemming. Bij ministeriële regeling wordt voor het verslag een model vastgesteld.
6. Artikel N 12, tweede lid, van de Kieswetis van overeenkomstige toepassing. De burgemeester zendt het verslag tezamen met de in artikel N 12, eerste lid, van de Kieswet bedoelde documenten onverwijld naar het hoofdstembureau. Het hoofdstembureau zendt het verslag tezamen met de in artikel O 5, eerste lid, van de Kieswetbedoelde documenten onverwijld naar het vertegenwoordigend orgaan.
7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent waarneming bij een stembureau als bedoeld in de artikelen 3en 4.