BWBR0044317
Geldig vanaf 2021-09-29
Artikel 22e
Tijdelijke wet verkiezingen covid-19
1. Het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen verricht voor elk stembureau separaat de handelingen met betrekking tot de stemopneming.
2. De burgemeester draagt er zorg voor dat de bescheiden, bedoeld in artikel 22a, zesde lid, in samenhang met artikel 21, tweede respectievelijk vierde lid, tijdig worden vervoerd naar de plaats waar de stemopneming zal plaatsvinden en dat de daarop aangebrachte zegels niet worden verbroken totdat het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen zijn zitting aanvangt.
3. In afwijking van het tweede lid kan de burgemeester de niet gebruikte stembiljetten als bedoeld in artikel N 2, eerste lid, onderdeel d, van de Kieswetgebruiken om uitvoering te geven aan het bepaalde in artikel J 21 van de Kieswet.
4. Op de locatie van de stemopneming opent het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen de verzegelde enveloppe met het proces-verbaal en de verzegelde stembus. Vervolgens voert het gemeentelijk stembureau voor vervoegd stemmen de werkzaamheden uit overeenkomstig het bepaalde in de artikelen N 5 tot en met N 9 van de Kieswet, met dien verstande dat in plaats van «de voorzitter» wordt gelezen: «het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen».
5. Indien het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen een verschil vaststelt tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld, opent het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, en stelt de in artikel N 1 van de Kieswetbedoelde aantallen opnieuw vast. In afwijking van artikel N 1, eerste lid, tweede zin, van de Kieswet, is de som van deze aantallen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten.
6. Het gemeentelijk stembureau geeft niet eerder toepassing aan het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswetdan na eenentwintig uur. Tot die tijd is eenieder die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen, verplicht tot geheimhouding daarvan. Bij de mededeling van het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet zijn de voorzitter en ten minste drie andere leden van het gemeentelijk stembureau aanwezig.
2. De burgemeester draagt er zorg voor dat de bescheiden, bedoeld in artikel 22a, zesde lid, in samenhang met artikel 21, tweede respectievelijk vierde lid, tijdig worden vervoerd naar de plaats waar de stemopneming zal plaatsvinden en dat de daarop aangebrachte zegels niet worden verbroken totdat het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen zijn zitting aanvangt.
3. In afwijking van het tweede lid kan de burgemeester de niet gebruikte stembiljetten als bedoeld in artikel N 2, eerste lid, onderdeel d, van de Kieswetgebruiken om uitvoering te geven aan het bepaalde in artikel J 21 van de Kieswet.
4. Op de locatie van de stemopneming opent het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen de verzegelde enveloppe met het proces-verbaal en de verzegelde stembus. Vervolgens voert het gemeentelijk stembureau voor vervoegd stemmen de werkzaamheden uit overeenkomstig het bepaalde in de artikelen N 5 tot en met N 9 van de Kieswet, met dien verstande dat in plaats van «de voorzitter» wordt gelezen: «het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen».
5. Indien het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen een verschil vaststelt tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld, opent het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, en stelt de in artikel N 1 van de Kieswetbedoelde aantallen opnieuw vast. In afwijking van artikel N 1, eerste lid, tweede zin, van de Kieswet, is de som van deze aantallen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten.
6. Het gemeentelijk stembureau geeft niet eerder toepassing aan het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswetdan na eenentwintig uur. Tot die tijd is eenieder die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen, verplicht tot geheimhouding daarvan. Bij de mededeling van het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet zijn de voorzitter en ten minste drie andere leden van het gemeentelijk stembureau aanwezig.