BWBR0044273
Geldig vanaf 2020-10-31
Artikel 15
Subsidieregeling opschaling curatieve zorg COVID-19
1. Indien de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met c, en artikel 3, tweede lid, onder a, geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
2. De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d tot en met g, en artikel 3, tweede lid, onder b en c, wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerd vast IC-bed en gerealiseerd flexibel IC-bed, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de dagvergoeding, bedoeld in artikel 7, tweede lid, voor een warm IC-bed en waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
3. De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d tot en met f, en artikel 3, tweede lid, onder b en c, wordt vastgesteld tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
4. De minister kan de subsidie, bedoeld in het tweede lid, lager vaststellen indien de instelling op 1 januari 2021 en op 1 januari 2022, in vergelijking met peildatum 1 januari 2020, minder dan 5 fte personeel per gerealiseerd vast IC-bed beschikbaar heeft. In dat geval wordt de subsidie per niet-gerealiseerde fte verminderd met een bedrag van € 89.242 per IC-bed per jaar.
5. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
2. De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d tot en met g, en artikel 3, tweede lid, onder b en c, wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerd vast IC-bed en gerealiseerd flexibel IC-bed, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de dagvergoeding, bedoeld in artikel 7, tweede lid, voor een warm IC-bed en waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
3. De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d tot en met f, en artikel 3, tweede lid, onder b en c, wordt vastgesteld tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
4. De minister kan de subsidie, bedoeld in het tweede lid, lager vaststellen indien de instelling op 1 januari 2021 en op 1 januari 2022, in vergelijking met peildatum 1 januari 2020, minder dan 5 fte personeel per gerealiseerd vast IC-bed beschikbaar heeft. In dat geval wordt de subsidie per niet-gerealiseerde fte verminderd met een bedrag van € 89.242 per IC-bed per jaar.
5. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.