BWBR0044273
Geldig vanaf 2020-10-31
Artikel 12
Subsidieregeling opschaling curatieve zorg COVID-19
1. De instelling die subsidie ontvangt meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:
a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht,
b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan, of
c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.
2. In aanvulling op het eerste lid, meldt de instelling die subsidie ontvangt onverwijld schriftelijk aan de minister indien sprake is van een voornemen tot herverdeling van het aantal op te schalen IC-bedden en klinische bedden waarmee het ROAZ heeft ingestemd, in afwijking van bijlage I. De minister beslist binnen 6 weken op de melding.
3. In aanvulling op het eerste lid, maakt de instelling die subsidie ontvangt halfjaarlijks schriftelijk melding aan de minister van het aantal dagen dat koude IC-bedden in opschalingsfase 3 overeenkomstig bijlage Izijn gewijzigd in warme bedden.
4. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.
5. Indien een melding als bedoeld in artikel 12, eerste tot en met derde lid, daartoe aanleiding geeft, kan de minister besluiten de subsidieverlening te herzien, in afwijking van bijlage I, en de bevoorschotting te herzien.
a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht,
b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan, of
c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.
2. In aanvulling op het eerste lid, meldt de instelling die subsidie ontvangt onverwijld schriftelijk aan de minister indien sprake is van een voornemen tot herverdeling van het aantal op te schalen IC-bedden en klinische bedden waarmee het ROAZ heeft ingestemd, in afwijking van bijlage I. De minister beslist binnen 6 weken op de melding.
3. In aanvulling op het eerste lid, maakt de instelling die subsidie ontvangt halfjaarlijks schriftelijk melding aan de minister van het aantal dagen dat koude IC-bedden in opschalingsfase 3 overeenkomstig bijlage Izijn gewijzigd in warme bedden.
4. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.
5. Indien een melding als bedoeld in artikel 12, eerste tot en met derde lid, daartoe aanleiding geeft, kan de minister besluiten de subsidieverlening te herzien, in afwijking van bijlage I, en de bevoorschotting te herzien.