BWBR0043653
Geldig vanaf 2022-02-16
Artikel 8
Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl
1. Het bevoegd gezag dat de subsidie, bedoeld in artikel 3, ontvangt:
a. start met de ontwikkeling van het praktijkgericht programma in schooljaar 2020/2021 en biedt dit praktijkgericht programma aan vanaf schooljaar 2021/2022;
b. roostert leraren vrij voor deelname aan de activiteiten en draagt zorg voor vervanging voor die leraren;
c. deelt actief opgedane kennis, ervaring en materiaal met het onderwijsveld en de projectgroep nieuwe leerweg;
d. roostert personeel vrij en zorgt voor vervanging om deel te nemen aan de landelijke activiteiten die gepaard gaan met de invoering van de nieuwe leerweg;
e. draagt zorg voor aansluiting bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd in artikel 7, derde lid, onderdeel c, voor het doorontwikkelen van het examenprogramma praktijkgerichte programma en de invoering van dit programma in de vestiging;
f. zendt, indien het praktijkgericht programma in schooljaar 2021/2022 start, op uiterlijk 1 december 2021 een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 12 en op uiterlijk 1 december 2025 een eindrapportage aan de minister;
g. ondertekent op uiterlijk 15 januari 2021 de akte van overdracht van het intellectueel eigendom van het materiaal dat ontwikkeld wordt ten behoeve van het praktijkgericht programma
h. draagt zorg voor een afvaardiging van het personeel bij de landelijke activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling van de nieuwe leerweg; en
i. werkt desgevraagd mee aan een namens de minister ingesteld monitor- en effectonderzoek.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a:
a. biedt het bevoegd gezag de praktijkgerichte programma’s Produceren, installeren en energie (PIE), Bouwen, wonen en interieur (BWI), Groen, Horeca, bakkerij en recreatie (HBR), Media, vormgeving en ICT (MVI) en Mobiliteit en transport (M&T) aan vanaf schooljaar 2022/2023; en
b. kan de minister, indien het bevoegd gezag aantoont dat het aanbieden van het praktijkgerichte programma vanaf het schooljaar 2021/2022 redelijkerwijs niet mogelijk is, omdat de uitbraak van COVID-19 of de maatregelen ter bestrijding ervan daaraan in de weg staan, een jaar ontheffing verlenen van deze verplichting.
3. Indien het praktijkgerichte programma op grond van het tweede lid vanaf schooljaar 2022/2023 wordt aangeboden, zendt het bevoegd gezag, in afwijking van het eerste lid, onderdeel f, de voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 12op uiterlijk 1 december 2022 aan de minister.
a. start met de ontwikkeling van het praktijkgericht programma in schooljaar 2020/2021 en biedt dit praktijkgericht programma aan vanaf schooljaar 2021/2022;
b. roostert leraren vrij voor deelname aan de activiteiten en draagt zorg voor vervanging voor die leraren;
c. deelt actief opgedane kennis, ervaring en materiaal met het onderwijsveld en de projectgroep nieuwe leerweg;
d. roostert personeel vrij en zorgt voor vervanging om deel te nemen aan de landelijke activiteiten die gepaard gaan met de invoering van de nieuwe leerweg;
e. draagt zorg voor aansluiting bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd in artikel 7, derde lid, onderdeel c, voor het doorontwikkelen van het examenprogramma praktijkgerichte programma en de invoering van dit programma in de vestiging;
f. zendt, indien het praktijkgericht programma in schooljaar 2021/2022 start, op uiterlijk 1 december 2021 een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 12 en op uiterlijk 1 december 2025 een eindrapportage aan de minister;
g. ondertekent op uiterlijk 15 januari 2021 de akte van overdracht van het intellectueel eigendom van het materiaal dat ontwikkeld wordt ten behoeve van het praktijkgericht programma
h. draagt zorg voor een afvaardiging van het personeel bij de landelijke activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling van de nieuwe leerweg; en
i. werkt desgevraagd mee aan een namens de minister ingesteld monitor- en effectonderzoek.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a:
a. biedt het bevoegd gezag de praktijkgerichte programma’s Produceren, installeren en energie (PIE), Bouwen, wonen en interieur (BWI), Groen, Horeca, bakkerij en recreatie (HBR), Media, vormgeving en ICT (MVI) en Mobiliteit en transport (M&T) aan vanaf schooljaar 2022/2023; en
b. kan de minister, indien het bevoegd gezag aantoont dat het aanbieden van het praktijkgerichte programma vanaf het schooljaar 2021/2022 redelijkerwijs niet mogelijk is, omdat de uitbraak van COVID-19 of de maatregelen ter bestrijding ervan daaraan in de weg staan, een jaar ontheffing verlenen van deze verplichting.
3. Indien het praktijkgerichte programma op grond van het tweede lid vanaf schooljaar 2022/2023 wordt aangeboden, zendt het bevoegd gezag, in afwijking van het eerste lid, onderdeel f, de voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 12op uiterlijk 1 december 2022 aan de minister.