BWBR0043653
Geldig vanaf 2022-02-16
Artikel 21
Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl
1. De minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school of vavo-instelling subsidie verstrekken voor deelname aan de pilot voor het praktijkgericht programma ter voorbereiding van de samenvoeging van de gemengde en theoretische leerwegen van het vmbo, met het praktijkgericht programma TIV op een schoolvestiging of vavo-instelling. De pilot vindt plaats in de schooljaren 2022/2023 en 2023/2024.
2. De minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verstrekken voor de volgende activiteiten:
a. het starten met het praktijkgericht programma TIV als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de gemengde leerweg of de theoretische leerweg;
b. het voorbereiden van de implementatie van het praktijkgericht programma TIV;
c. het ontwikkelen van het praktijkgericht programma TIV en het leveren van input voor vraagstukken over het programma door het onderwijspersoneel;
d. het opbouwen en onderhouden van een netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio; en
e. het opzetten of intensiveren van een samenwerking met een mbo, een school die havo aanbiedt of een andere vmbo-school ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van het praktijkgericht programma TIV.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor:
a. de kosten voor huisvesting, bedoeld in artikel 6.2 van de wet;
b. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of
c. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.
2. De minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verstrekken voor de volgende activiteiten:
a. het starten met het praktijkgericht programma TIV als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de gemengde leerweg of de theoretische leerweg;
b. het voorbereiden van de implementatie van het praktijkgericht programma TIV;
c. het ontwikkelen van het praktijkgericht programma TIV en het leveren van input voor vraagstukken over het programma door het onderwijspersoneel;
d. het opbouwen en onderhouden van een netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio; en
e. het opzetten of intensiveren van een samenwerking met een mbo, een school die havo aanbiedt of een andere vmbo-school ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van het praktijkgericht programma TIV.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor:
a. de kosten voor huisvesting, bedoeld in artikel 6.2 van de wet;
b. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of
c. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.