BWBR0043533
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 9
Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland
1. Aanvragen voor een kostprijs verlagende subsidie worden ingediend bij de minister door middel van een door de minister vastgesteld aanvraagformulier dat beschikbaar is op www.mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl.
2. Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen.
3. In de aanvraag neemt de kinderopvangorganisatie in ieder geval op:
a. het maximale aantal kinderen dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen conform de exploitatievergunning of het aantal kinderen dat is opgenomen in de aanvraag voor een exploitatievergunning;
b. het aantal dagdelen per kind dat de kinderopvangorganisatie het komende halfjaar of het komende kwartaal, voor zover het de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 betreft, verwacht op te vangen;
c. het type opvang dat de kinderopvangorganisatie verzorgt, uitgesplitst naar dagopvang en buitenschoolse opvang;
d. een prognose van de begroting voor het komende halfjaar of het komende kwartaal voor zover het de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 betreft;
e. een afschrift van de exploitatievergunning, dan wel een afschrift van de aanvraag voor een exploitatievergunning;
f. een afschrift van een recent bankafschrift van de kinderopvangorganisatie;
g. een recent uittreksel uit het handelsregister, inclusief een eventueel mandaat bij een gezamenlijke tekenbevoegdheid.
4. Door het indienen van een aanvraag stemt de kinderopvangorganisatie er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.
5. Indien een kinderopvangorganisatie het aantal kindplaatsen wenst uit te breiden dan kan hij voor die uitbreiding een herziene aanvraag indienen.
6. In de herziene aanvraag geeft de kinderopvangorganisatie het maximale aantal kinderen aan dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen conform de meest recente exploitatievergunning en verstrekt hiertoe de meest recente exploitatievergunning.
7. Indien een kinderopvangorganisatie in afwachting is van een besluit omtrent de exploitatievergunning en de kinderopvangorganisatie wil een herziene aanvraag indienen om het aantal kinderen uit te breiden, dan laat de minister zich adviseren door het openbaar lichaam waar de kinderopvang plaatsvindt over het maximale aantal kinderen dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen.
8. De kinderopvangorganisatie moet op uiterlijk de laatste dag van de eerste maand van het kwartaal een aanvraag hebben ingediend om voor de uitbetaling van de subsidie voor het desbetreffende kwartaal in aanmerking te komen.
2. Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen.
3. In de aanvraag neemt de kinderopvangorganisatie in ieder geval op:
a. het maximale aantal kinderen dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen conform de exploitatievergunning of het aantal kinderen dat is opgenomen in de aanvraag voor een exploitatievergunning;
b. het aantal dagdelen per kind dat de kinderopvangorganisatie het komende halfjaar of het komende kwartaal, voor zover het de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 betreft, verwacht op te vangen;
c. het type opvang dat de kinderopvangorganisatie verzorgt, uitgesplitst naar dagopvang en buitenschoolse opvang;
d. een prognose van de begroting voor het komende halfjaar of het komende kwartaal voor zover het de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 betreft;
e. een afschrift van de exploitatievergunning, dan wel een afschrift van de aanvraag voor een exploitatievergunning;
f. een afschrift van een recent bankafschrift van de kinderopvangorganisatie;
g. een recent uittreksel uit het handelsregister, inclusief een eventueel mandaat bij een gezamenlijke tekenbevoegdheid.
4. Door het indienen van een aanvraag stemt de kinderopvangorganisatie er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.
5. Indien een kinderopvangorganisatie het aantal kindplaatsen wenst uit te breiden dan kan hij voor die uitbreiding een herziene aanvraag indienen.
6. In de herziene aanvraag geeft de kinderopvangorganisatie het maximale aantal kinderen aan dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen conform de meest recente exploitatievergunning en verstrekt hiertoe de meest recente exploitatievergunning.
7. Indien een kinderopvangorganisatie in afwachting is van een besluit omtrent de exploitatievergunning en de kinderopvangorganisatie wil een herziene aanvraag indienen om het aantal kinderen uit te breiden, dan laat de minister zich adviseren door het openbaar lichaam waar de kinderopvang plaatsvindt over het maximale aantal kinderen dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen.
8. De kinderopvangorganisatie moet op uiterlijk de laatste dag van de eerste maand van het kwartaal een aanvraag hebben ingediend om voor de uitbetaling van de subsidie voor het desbetreffende kwartaal in aanmerking te komen.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043533
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl