BWBR0043533
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 15
Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland
1. In de verleningsbeschikking voor de kostprijs verlagende subsidie en kindplaatssubsidie is de hoogte van het subsidiebedrag opgenomen.
2. De subsidiebedragen worden in dollars verleend, uitgekeerd en vastgesteld.
3. Het advies van het openbaar lichaam maakt deel uit van de motivering van de verleningsbeschikking.
4. De minister betaalt de kostprijs verlagende subsidies en de kindplaatssubsidies per kwartaal in de vorm van een voorschot.
5. Na afloop van ieder halfjaar dat is aangevangen op 1 januari of 1 juli wordt het volgende voorschot opnieuw bepaald op basis van de informatie als bedoeld in artikel 16 en vindt zo nodig verrekening plaats met betrekking tot het voorgaande halfjaar.
6. Indien het eerste kwartaal waarover kostprijs verlagende subsidie is aangevraagd aanving op 1 april of 1 oktober, wordt het eerstvolgende voorschot in afwijking van het vijfde lid bepaald na afloop van dat kwartaal en vindt zo nodig verrekening plaats met betrekking tot dat kwartaal.
7. De kinderopvangorganisatie kan bij de minister een aanvraag doen tot een eenmalig voorschot met een maximale hoogte van 35% van het bedrag vastgesteld aan de hand van de informatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid. Dit voorschot wordt in het laatste kwartaal voorafgaand aan de vaststelling verrekend.
8. De kinderopvangorganisatie kan bij de minister in de periode van 15 tot en met 31 maart of van 15 tot en met 30 september een aanvraag doen om het voorschot, bedoeld in het vierde lid, voor het volgende kwartaal te verhogen met ten minste 10% ten opzichte van daaraan voorafgaande kwartaal.
9. De looptijd van de subsidie wordt bepaald bij verleningsbeschikking maar eindigt in ieder geval op 31 maart 2026.
10. Na afloop van het eerste kwartaal van 2026 wordt geen volgend voorschot bepaald. Zo nodig vindt na afloop van het eerste kwartaal van 2026 verrekening plaats met betrekking tot dat kwartaal.
11. Het zevende en achtste lid zijn niet van toepassing op de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026.
2. De subsidiebedragen worden in dollars verleend, uitgekeerd en vastgesteld.
3. Het advies van het openbaar lichaam maakt deel uit van de motivering van de verleningsbeschikking.
4. De minister betaalt de kostprijs verlagende subsidies en de kindplaatssubsidies per kwartaal in de vorm van een voorschot.
5. Na afloop van ieder halfjaar dat is aangevangen op 1 januari of 1 juli wordt het volgende voorschot opnieuw bepaald op basis van de informatie als bedoeld in artikel 16 en vindt zo nodig verrekening plaats met betrekking tot het voorgaande halfjaar.
6. Indien het eerste kwartaal waarover kostprijs verlagende subsidie is aangevraagd aanving op 1 april of 1 oktober, wordt het eerstvolgende voorschot in afwijking van het vijfde lid bepaald na afloop van dat kwartaal en vindt zo nodig verrekening plaats met betrekking tot dat kwartaal.
7. De kinderopvangorganisatie kan bij de minister een aanvraag doen tot een eenmalig voorschot met een maximale hoogte van 35% van het bedrag vastgesteld aan de hand van de informatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid. Dit voorschot wordt in het laatste kwartaal voorafgaand aan de vaststelling verrekend.
8. De kinderopvangorganisatie kan bij de minister in de periode van 15 tot en met 31 maart of van 15 tot en met 30 september een aanvraag doen om het voorschot, bedoeld in het vierde lid, voor het volgende kwartaal te verhogen met ten minste 10% ten opzichte van daaraan voorafgaande kwartaal.
9. De looptijd van de subsidie wordt bepaald bij verleningsbeschikking maar eindigt in ieder geval op 31 maart 2026.
10. Na afloop van het eerste kwartaal van 2026 wordt geen volgend voorschot bepaald. Zo nodig vindt na afloop van het eerste kwartaal van 2026 verrekening plaats met betrekking tot dat kwartaal.
11. Het zevende en achtste lid zijn niet van toepassing op de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043533
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl