BWBR0043501
Geldig vanaf 2020-05-09
Artikel 7
Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19
1. De minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een gedupeerde teler die in de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 zijn fritesaardappelen niet kan afzetten aan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking).
2. De tegemoetkoming bedraagt per gedupeerde teler maximaal 6 cent per kilo fritesaardappelen die in de periode van 16 maart tot en met 31 augustus 2020 niet kunnen worden afgezet aan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking), met een minimumbedrag van € 1.000,– en een maximum van € 150.000,– per gedupeerde teler, verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen en uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen, bedoeld in artikel 11, tweede lid.
2. De tegemoetkoming bedraagt per gedupeerde teler maximaal 6 cent per kilo fritesaardappelen die in de periode van 16 maart tot en met 31 augustus 2020 niet kunnen worden afgezet aan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking), met een minimumbedrag van € 1.000,– en een maximum van € 150.000,– per gedupeerde teler, verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen en uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen, bedoeld in artikel 11, tweede lid.