BWBR0043501
Geldig vanaf 2020-05-09
Artikel 6
Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19
1. Uiterlijk op 30 november 2020 dient de gedupeerde onderneming een verzoek tot definitieve vaststelling van de tegemoetkoming bij de minister in met behulp van een door de minister beschikbaar gesteld middel door indiening van de volgende bewijsstukken:
a. het bewijs waaruit blijkt wat de daadwerkelijke omzetderving, bruto winst of opbrengstderving in de periode van 12 maart 2020 tot en met 11 juni 2020 is, geleverd door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document;
b. een controleverklaring van een accountant over de omzet, bruto winst of opbrengst in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document;
c. voor ondernemingen die gedurende de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 of 2019 zijn gestart, wordt de omzet, bruto winst of opbrengst berekend vanaf het moment dat er omzet is gegenereerd;
d. het bewijs waaruit blijkt met welk bedrag de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn verminderd, geleverd door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document.
2. De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde controleverklaringen van een accountant of andere bewijsstukken tonen aan dat bij ondernemers in de voedingstuinbouw de opgegeven bedragen aan omzetderving en omzet of, voor zover het groothandelaren betreft, brutowinst, die betrekking hebben op directe of indirecte leveringen aan ondernemers met een SBI-code, genoemd in de bijlage, of een vergelijkbare unieke aanduiding als het een andere lidstaat of staat binnen de Europese Economische Ruimte betreft, minimaal 60% van de gehele omzet of van de gehele bruto winst vormen.
3. De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde controleverklaringen of andere bewijsstukken tonen aan dat bij wegtransporteurs de opgegeven bedragen betrekking hebben op vervoer van bloembollen, sierplanten, perkplanten, potplanten, snijbloemen, heesters en boomkwekerijgewassen die worden getransporteerd van telers naar veilingen en groothandelaren.
4. De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde controleverklaringen of andere bewijsstukken tonen aan dat bij de veilingen de gederfde opbrengst wordt gebaseerd op gederfde provisies en gederfde opbrengst van relevante heffingen opgelegd aan leden, met een maximum van 7% van de totale omzetderving van de leden.
5. De tegemoetkoming wordt verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 die betrekking hebben op dezelfde schade als waarop de tegemoetkoming ziet alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen. Met het oog hierop worden de volgende gegevens ingediend, door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document:
– een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen;
– een opgave van ontvangen steun op basis van de artikelen 219, 221 of 222 van Verordening 1308/2013;
– een opgave van ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen en/of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen uit het noodpakket ‘banen en economie’1Kamerstukken II, 2019/20, 35420-2.
6. Ontvangers van de tegemoetkoming zijn verplicht de loonsom zo veel mogelijk gelijk te houden en doen na de datum van publicatie van de regeling geen verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gedurende het tijdvak waarover de tegemoetkoming is verleend.
a. het bewijs waaruit blijkt wat de daadwerkelijke omzetderving, bruto winst of opbrengstderving in de periode van 12 maart 2020 tot en met 11 juni 2020 is, geleverd door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document;
b. een controleverklaring van een accountant over de omzet, bruto winst of opbrengst in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document;
c. voor ondernemingen die gedurende de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 of 2019 zijn gestart, wordt de omzet, bruto winst of opbrengst berekend vanaf het moment dat er omzet is gegenereerd;
d. het bewijs waaruit blijkt met welk bedrag de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn verminderd, geleverd door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document.
2. De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde controleverklaringen van een accountant of andere bewijsstukken tonen aan dat bij ondernemers in de voedingstuinbouw de opgegeven bedragen aan omzetderving en omzet of, voor zover het groothandelaren betreft, brutowinst, die betrekking hebben op directe of indirecte leveringen aan ondernemers met een SBI-code, genoemd in de bijlage, of een vergelijkbare unieke aanduiding als het een andere lidstaat of staat binnen de Europese Economische Ruimte betreft, minimaal 60% van de gehele omzet of van de gehele bruto winst vormen.
3. De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde controleverklaringen of andere bewijsstukken tonen aan dat bij wegtransporteurs de opgegeven bedragen betrekking hebben op vervoer van bloembollen, sierplanten, perkplanten, potplanten, snijbloemen, heesters en boomkwekerijgewassen die worden getransporteerd van telers naar veilingen en groothandelaren.
4. De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde controleverklaringen of andere bewijsstukken tonen aan dat bij de veilingen de gederfde opbrengst wordt gebaseerd op gederfde provisies en gederfde opbrengst van relevante heffingen opgelegd aan leden, met een maximum van 7% van de totale omzetderving van de leden.
5. De tegemoetkoming wordt verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 die betrekking hebben op dezelfde schade als waarop de tegemoetkoming ziet alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen. Met het oog hierop worden de volgende gegevens ingediend, door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document:
– een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen;
– een opgave van ontvangen steun op basis van de artikelen 219, 221 of 222 van Verordening 1308/2013;
– een opgave van ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen en/of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen uit het noodpakket ‘banen en economie’1Kamerstukken II, 2019/20, 35420-2.
6. Ontvangers van de tegemoetkoming zijn verplicht de loonsom zo veel mogelijk gelijk te houden en doen na de datum van publicatie van de regeling geen verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gedurende het tijdvak waarover de tegemoetkoming is verleend.