BWBR0043501
Geldig vanaf 2020-05-09
Artikel 2
Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19
1. De minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een gedupeerde onderneming die in de periode van 12 maart 2020 tot en met 11 juni 2020:
a. meer dan 30% aan omzetderving, zoals bepaald op de in het tweede tot en met zesde lid bepaalde wijze lijdt als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19;
b. geconfronteerd wordt met een combinatie van de volgende situaties: – de productie gaat door terwijl er nauwelijks omzet wordt gemaakt;
– producten zijn slecht of niet houdbaar vanwege bederfelijkheid en er zijn geen of beperkte alternatieve toepassingsmogelijkheden; en
– in de periode maart, april en mei is een grote seizoenspiek in productie, personele bezetting en omzet.
– de productie gaat door terwijl er nauwelijks omzet wordt gemaakt;
– producten zijn slecht of niet houdbaar vanwege bederfelijkheid en er zijn geen of beperkte alternatieve toepassingsmogelijkheden; en
– in de periode maart, april en mei is een grote seizoenspiek in productie, personele bezetting en omzet.
2. De hoogte van de omzetderving wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen het gemiddelde van de omzet in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de omzet in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, nadat dit verschil is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.
3. In afwijking van het tweede lid geldt voor gedupeerde groothandelaren dat de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de hoogte van de bruto winst die wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen het gemiddelde van de bruto winst in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de bruto winst in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, nadat dit verschil is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.
4. In afwijking van het tweede lid geldt voor de gedupeerde veilingen dat de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de gederfde opbrengst aan provisies en heffingen van de leden van de desbetreffende veiling, die wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen de gemiddelde opbrengsten aan provisies en heffingen in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de opbrengst aan provisies en heffingen in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, met een maximum van 7% van de totale omzetderving van de leden van de desbetreffende veiling en nadat dit verschil is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.
5. In zoverre in afwijking van het tweede lid geldt voor gedupeerde ondernemingen in de voedingstuinbouw dat bij de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming enkel in aanmerking wordt genomen de omzet en omzetderving of voor zover het gedupeerde groothandelaren betreft, de brutowinst, als gevolg van directe of indirecte leveringen aan ondernemers met een SBI-code, genoemd in de bijlage, of een vergelijkbare unieke aanduiding als het een andere lidstaat of staat binnen de Europese Economische Ruimte betreft, waarbij als voorwaarde geldt dat die omzet minimaal 60% van de gehele omzet bedraagt respectievelijk die bruto winst minimaal 60% van de gehele bruto winst bedraagt.
6. In afwijking van het tweede lid geldt voor gedupeerde ondernemingen in de sierteelt en voedingstuinbouw die hun teeltoppervlak na 12 maart 2017 met minimaal 10% hebben uitgebreid dat de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de omzetderving per vierkante meter, die wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen de gemiddelde omzet per vierkante meter van het bedrijf in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de omzet per vierkante meter in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, nadat dit verschil achtereenvolgens is vermenigvuldigd met het aantal vierkante meters teeltoppervlak bestemd voor sierteeltproducten of voedingstuinbouw in 2020 en is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.
7. De tegemoetkoming bedraagt per gedupeerde onderneming maximaal 70% van de overeenkomstig het tweede, vijfde of zesde lid bepaalde omzetderving, onderscheidenlijk de overeenkomstig het derde of vijfde lid bepaalde bruto winst of de overeenkomstig het vierde lid bepaalde gederfde opbrengst, verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen, bedoeld in artikel 6, vijfde lid.
8. Voor de aan een gedupeerde onderneming, met uitzondering van een gedupeerde veiling, te verstrekken tegemoetkoming geldt het volgende maximum:
[tabel]
a. meer dan 30% aan omzetderving, zoals bepaald op de in het tweede tot en met zesde lid bepaalde wijze lijdt als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19;
b. geconfronteerd wordt met een combinatie van de volgende situaties: – de productie gaat door terwijl er nauwelijks omzet wordt gemaakt;
– producten zijn slecht of niet houdbaar vanwege bederfelijkheid en er zijn geen of beperkte alternatieve toepassingsmogelijkheden; en
– in de periode maart, april en mei is een grote seizoenspiek in productie, personele bezetting en omzet.
– de productie gaat door terwijl er nauwelijks omzet wordt gemaakt;
– producten zijn slecht of niet houdbaar vanwege bederfelijkheid en er zijn geen of beperkte alternatieve toepassingsmogelijkheden; en
– in de periode maart, april en mei is een grote seizoenspiek in productie, personele bezetting en omzet.
2. De hoogte van de omzetderving wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen het gemiddelde van de omzet in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de omzet in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, nadat dit verschil is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.
3. In afwijking van het tweede lid geldt voor gedupeerde groothandelaren dat de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de hoogte van de bruto winst die wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen het gemiddelde van de bruto winst in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de bruto winst in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, nadat dit verschil is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.
4. In afwijking van het tweede lid geldt voor de gedupeerde veilingen dat de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de gederfde opbrengst aan provisies en heffingen van de leden van de desbetreffende veiling, die wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen de gemiddelde opbrengsten aan provisies en heffingen in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de opbrengst aan provisies en heffingen in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, met een maximum van 7% van de totale omzetderving van de leden van de desbetreffende veiling en nadat dit verschil is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.
5. In zoverre in afwijking van het tweede lid geldt voor gedupeerde ondernemingen in de voedingstuinbouw dat bij de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming enkel in aanmerking wordt genomen de omzet en omzetderving of voor zover het gedupeerde groothandelaren betreft, de brutowinst, als gevolg van directe of indirecte leveringen aan ondernemers met een SBI-code, genoemd in de bijlage, of een vergelijkbare unieke aanduiding als het een andere lidstaat of staat binnen de Europese Economische Ruimte betreft, waarbij als voorwaarde geldt dat die omzet minimaal 60% van de gehele omzet bedraagt respectievelijk die bruto winst minimaal 60% van de gehele bruto winst bedraagt.
6. In afwijking van het tweede lid geldt voor gedupeerde ondernemingen in de sierteelt en voedingstuinbouw die hun teeltoppervlak na 12 maart 2017 met minimaal 10% hebben uitgebreid dat de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de omzetderving per vierkante meter, die wordt vastgesteld op 70% van het verschil tussen de gemiddelde omzet per vierkante meter van het bedrijf in de periode van 12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 en de omzet per vierkante meter in de periode van 12 maart tot en met 11 juni 2020, nadat dit verschil achtereenvolgens is vermenigvuldigd met het aantal vierkante meters teeltoppervlak bestemd voor sierteeltproducten of voedingstuinbouw in 2020 en is verminderd met het bedrag waarmee de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn afgenomen.
7. De tegemoetkoming bedraagt per gedupeerde onderneming maximaal 70% van de overeenkomstig het tweede, vijfde of zesde lid bepaalde omzetderving, onderscheidenlijk de overeenkomstig het derde of vijfde lid bepaalde bruto winst of de overeenkomstig het vierde lid bepaalde gederfde opbrengst, verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen, bedoeld in artikel 6, vijfde lid.
8. Voor de aan een gedupeerde onderneming, met uitzondering van een gedupeerde veiling, te verstrekken tegemoetkoming geldt het volgende maximum:
[tabel]