BWBR0043501
Geldig vanaf 2020-05-09
Artikel 11
Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19
1. Uiterlijk op 30 november 2020 dient de gedupeerde teler met behulp van een door de minister beschikbaar gesteld middel een verzoek tot definitieve vaststelling van de tegemoetkoming bij de minister in door indiening van de volgende bewijsstukken:
a. het bewijs waaruit blijkt hoeveel fritesaardappelen in 2020 zijn afgeleverd bij een andere bestemming dan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking) door middel van CMR-vrachtbrieven, weegbonnen, facturen of een door de Minister geaccepteerd ander document;
b. het bewijs dat het daadwerkelijk om consumptieaardappelen van de oogst 2019 in Nederland gaat door middel van een van de volgende geldige voedselveiligheidscertificaten: VVA-certificaat, VVAK-certificaat of Global G.A.P-certificaat of een ander door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar certificaat afkomstig van een geaccrediteerde organisatie;
c. het bewijs waaruit blijkt met welk bedrag de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn verminderd, geleverd door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document.
2. De tegemoetkoming wordt verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 die betrekking hebben op dezelfde schade als waarop de tegemoetkoming ziet alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen. Met het oog hierop worden de volgende gegevens ingediend:
– een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen;
– een opgave van ontvangen steun op basis van de artikelen 219, 221 of 222 van Verordening 1308/2013;
– een opgave van ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen en/of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen uit het noodpakket ‘banen en economie’2Kamerstukken II, 2019/20, 35420-2;
– een controleverklaring van een accountant over alle uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen volgens een door de Minister ter beschikking gesteld model of een door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar document.
3. Ontvangers van de tegemoetkoming zijn verplicht de loonsom zo veel mogelijk gelijk te houden en doen na 7 mei 2020 geen verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gedurende het tijdvak waarover de tegemoetkoming is verleend.
a. het bewijs waaruit blijkt hoeveel fritesaardappelen in 2020 zijn afgeleverd bij een andere bestemming dan de aardappelverwerkende voedingsmiddelenindustrie voor de productie van diepgevroren of koelverse aardappelproducten of aan de groothandel of detailhandel (in kleinverpakking) door middel van CMR-vrachtbrieven, weegbonnen, facturen of een door de Minister geaccepteerd ander document;
b. het bewijs dat het daadwerkelijk om consumptieaardappelen van de oogst 2019 in Nederland gaat door middel van een van de volgende geldige voedselveiligheidscertificaten: VVA-certificaat, VVAK-certificaat of Global G.A.P-certificaat of een ander door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar certificaat afkomstig van een geaccrediteerde organisatie;
c. het bewijs waaruit blijkt met welk bedrag de kosten van de ondernemer als gevolg van COVID-19 zijn verminderd, geleverd door middel van een controleverklaring van een accountant volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document.
2. De tegemoetkoming wordt verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 die betrekking hebben op dezelfde schade als waarop de tegemoetkoming ziet alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen. Met het oog hierop worden de volgende gegevens ingediend:
– een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen;
– een opgave van ontvangen steun op basis van de artikelen 219, 221 of 222 van Verordening 1308/2013;
– een opgave van ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen en/of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen uit het noodpakket ‘banen en economie’2Kamerstukken II, 2019/20, 35420-2;
– een controleverklaring van een accountant over alle uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen volgens een door de Minister ter beschikking gesteld model of een door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar document.
3. Ontvangers van de tegemoetkoming zijn verplicht de loonsom zo veel mogelijk gelijk te houden en doen na 7 mei 2020 geen verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gedurende het tijdvak waarover de tegemoetkoming is verleend.