BWBR0043252
Geldig vanaf 2023-04-19
Artikel 2a
Tijdelijke wet Groningen
1. Onze Minister is aanspreekpunt voor eigenaren van gebouwen die versterking behoeven en coördineert de versterking van gebouwen, bedoeld in hoofdstuk 5.
2. Onze Minister neemt alle beslissingen die redelijkerwijs nodig zijn voor de versterking van gebouwen, bedoeld in hoofdstuk 5.
3. Onze Minister en het Instituut werken nauw samen en stemmen de uitvoering van de versterking op grond van hoofdstuk 5en de vergoeding van de schade op grond van hoofdstuk 2op elkaar af, tenzij eigenaren aangeven dat ze deze afstemming niet willen.
4. Indien de eigenaar van een gebouw dat wenst, wordt de vergoeding van de schade en de versterking van zijn gebouw in samenhang behandeld. De eigenaar krijgt de keuze om de vergoeding van de schade, bedoeld in hoofdstuk 2, en de versterking van zijn gebouw, bedoeld in hoofdstuk 5, te laten coördineren door Onze Minister of door het Instituut.
2. Onze Minister neemt alle beslissingen die redelijkerwijs nodig zijn voor de versterking van gebouwen, bedoeld in hoofdstuk 5.
3. Onze Minister en het Instituut werken nauw samen en stemmen de uitvoering van de versterking op grond van hoofdstuk 5en de vergoeding van de schade op grond van hoofdstuk 2op elkaar af, tenzij eigenaren aangeven dat ze deze afstemming niet willen.
4. Indien de eigenaar van een gebouw dat wenst, wordt de vergoeding van de schade en de versterking van zijn gebouw in samenhang behandeld. De eigenaar krijgt de keuze om de vergoeding van de schade, bedoeld in hoofdstuk 2, en de versterking van zijn gebouw, bedoeld in hoofdstuk 5, te laten coördineren door Onze Minister of door het Instituut.