BWBR0043252
Geldig vanaf 2023-04-19
Artikel 15b
Tijdelijke wet Groningen
1. Onze Minister kan aan de provincie Groningen en gemeenten in de provincie Groningen een uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswetverstrekken voor activiteiten die gericht zijn op de toekomstbestendigheid of de leefbaarheid van de provincie Groningen.
2. Onze Minister kan een uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswetverstrekken aan de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen en Oldambt voor activiteiten die verband houden met het uitvoeren van de versterking, of voor activiteiten die gericht zijn op de verbetering van de sociale cohesie, en aan de provincie Groningen voor activiteiten die deze activiteiten van deze gemeenten ondersteunen.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de uitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid. Deze regels zien ten minste op de vaststelling van de hoogte van de uitkering, de verdeling, de voorwaarden waaronder deze verstrekt wordt en de terugvordering van niet of niet rechtmatig bestede middelen.
2. Onze Minister kan een uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswetverstrekken aan de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen en Oldambt voor activiteiten die verband houden met het uitvoeren van de versterking, of voor activiteiten die gericht zijn op de verbetering van de sociale cohesie, en aan de provincie Groningen voor activiteiten die deze activiteiten van deze gemeenten ondersteunen.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de uitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid. Deze regels zien ten minste op de vaststelling van de hoogte van de uitkering, de verdeling, de voorwaarden waaronder deze verstrekt wordt en de terugvordering van niet of niet rechtmatig bestede middelen.