BWBR0043022
Geldig vanaf 2025-06-21
Artikel 4
Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020
1. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 11.
2. De SG en DG’s hebben binnen het kader van de jaarplannen en binnen eventueel door de minister of namens de minister door de SG gegeven richtlijnen mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
3. De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
De Minister van Financiën, respectievelijk De Staatssecretaris van Financiën –
[aanduiding in overeenstemming met het taakverdelingsbesluit],
namens deze,
gevolgd door de naam en functie van de (onder)gemandateerde.
2. De SG en DG’s hebben binnen het kader van de jaarplannen en binnen eventueel door de minister of namens de minister door de SG gegeven richtlijnen mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
3. De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
De Minister van Financiën, respectievelijk De Staatssecretaris van Financiën –
[aanduiding in overeenstemming met het taakverdelingsbesluit],
namens deze,
gevolgd door de naam en functie van de (onder)gemandateerde.