BWBR0043022
Geldig vanaf 2025-06-21
Artikel 16
Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020
1. De directeuren van de in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020genoemde directies en hun plaatsvervangers hebben binnen het kader van hun jaarplannen en binnen door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal of de algemene leiding van het directoraat-generaal gegeven richtlijnen en behoudens de voorgaande bepalingen mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun beleidsterrein genoemd in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020, tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
2. De in het eerste lid toegekende mandaten kunnen binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door de onder de directeuren ressorterende functionarissen die daartoe worden gemandateerd in het mandaatregister.
3. Onverminderd het eerste lid is de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen namens de in het eerste lid gevolmachtigde functionarissen toegekend aan de directeur en de plaatsvervangend directeur van de concerndirectie Mens en Organisatie.
4. Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de directeuren en hun plaatsvervangers ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden het nemen van beslissingen:
a. tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst in de functie van afdelingshoofd of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de thesaurier-generaal dan wel de directeur-generaal van het betreffende directoraat-generaal dan wel de (plaatsvervangend) secretaris-generaal;
b. het toekennen dan wel stopzetten van een bovenschaalse periodiek;
c. het beslissen over aansprakelijkheid, tot schadeloosstelling dan wel schadevergoeding tot € 25.000, waarbij de pSG door de algemene leiding wordt geïnformeerd voor zover het gaat om dienstongevallen, beroepsziektes en beroepsincidenten als bedoeld in de cao Rijk;
d. het opschorten dan wel stopzetten van het salaris in verband met het niet nakomen van re-integratieverplichtingen;
e. het toekennen van een stimuleringspremie;
f. op verzoeken tot het niet laten vervallen dan wel verjaren van wettelijke vakantie-uren;
g. handelingen en beslissingen met betrekking tot het treffen van ordemaatregelen als opgenomen in de cao Rijk;
h. het opdracht geven tot het verrichten van feitenonderzoek naar aanleiding van het vermoeden van een integriteitsschending;
i. het niet instellen van een vordering of het niet opleggen van een terugbetalingsverplichting, dan wel het (gedeeltelijk) kwijtschelden van een vordering op medewerkers;
j. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid.
5. De afdelingshoofden en hun plaatsvervangers kunnen het op grond van het tweede lid aan hen door de directeur of zijn plaatsvervanger verleende ondermandaat, doormandateren aan onder hen ressorterende teamleiders of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, die daartoe eveneens worden gemandateerd in het mandaatregister.
6. Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de in het vorige onderdeel bedoelde ondergemandateerde functionarissen voorbehouden het nemen van beslissingen tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in de functie van teamleider of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de directeur.
2. De in het eerste lid toegekende mandaten kunnen binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door de onder de directeuren ressorterende functionarissen die daartoe worden gemandateerd in het mandaatregister.
3. Onverminderd het eerste lid is de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen namens de in het eerste lid gevolmachtigde functionarissen toegekend aan de directeur en de plaatsvervangend directeur van de concerndirectie Mens en Organisatie.
4. Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de directeuren en hun plaatsvervangers ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden het nemen van beslissingen:
a. tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst in de functie van afdelingshoofd of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de thesaurier-generaal dan wel de directeur-generaal van het betreffende directoraat-generaal dan wel de (plaatsvervangend) secretaris-generaal;
b. het toekennen dan wel stopzetten van een bovenschaalse periodiek;
c. het beslissen over aansprakelijkheid, tot schadeloosstelling dan wel schadevergoeding tot € 25.000, waarbij de pSG door de algemene leiding wordt geïnformeerd voor zover het gaat om dienstongevallen, beroepsziektes en beroepsincidenten als bedoeld in de cao Rijk;
d. het opschorten dan wel stopzetten van het salaris in verband met het niet nakomen van re-integratieverplichtingen;
e. het toekennen van een stimuleringspremie;
f. op verzoeken tot het niet laten vervallen dan wel verjaren van wettelijke vakantie-uren;
g. handelingen en beslissingen met betrekking tot het treffen van ordemaatregelen als opgenomen in de cao Rijk;
h. het opdracht geven tot het verrichten van feitenonderzoek naar aanleiding van het vermoeden van een integriteitsschending;
i. het niet instellen van een vordering of het niet opleggen van een terugbetalingsverplichting, dan wel het (gedeeltelijk) kwijtschelden van een vordering op medewerkers;
j. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid.
5. De afdelingshoofden en hun plaatsvervangers kunnen het op grond van het tweede lid aan hen door de directeur of zijn plaatsvervanger verleende ondermandaat, doormandateren aan onder hen ressorterende teamleiders of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, die daartoe eveneens worden gemandateerd in het mandaatregister.
6. Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de in het vorige onderdeel bedoelde ondergemandateerde functionarissen voorbehouden het nemen van beslissingen tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in de functie van teamleider of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de directeur.