BWBR0043022
Geldig vanaf 2025-06-21
Artikel 13
Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020
Met inachtneming van artikel 12is aan de pSG voorbehouden:
a. het, na overleg met de bestuursraad, doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de organisatie van het kernministerie vanaf het niveau van afdelingen (of daarmee vergelijkbare organisatieonderdelen) en lager, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties;
b. het vaststellen van de formatie van het DGBD, het DGTSL en het DGD, voor zover het een uitbreiding van de totale formatie betreft;
c. het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning) en wijzigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam in functies bij het kernministerie met een bezoldiging van salarisschaal 15 of hoger. Het aangaan van de arbeidsovereenkomst vindt plaats na overleg met de bestuursraad;
d. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige onderdeel;
e. het toekennen van een bijzondere beloning aan functionarissen van het kernministerie;
f. het voeren van overleg met bonden over onderwerpen van algemeen belang voor de rechtstoestand van werknemers bij afwezigheid van de SG;
g. het vaststellen van regelingen of maken van afspraken met betrekking tot sociaal flankerend beleid;
h. het vaststellen van regels en beleid(skaders) inzake de bedrijfsvoering, waaronder regels die leiden tot wijzigingen in de rechten of verplichtingen van medewerkers, voor zover van toepassing op medewerkers van het gehele ministerie of het kernministerie;
i. het opleggen van ordemaatregelen en straffen aan functionarissen behorende tot de topstructuur van het Ministerie van Financiën;
j. het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam bij het kernministerie, tenzij de bevoegdheid is voorbehouden aan de algemene leiding van een DG zoals bedoeld in artikel 14;
k. het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam bij het DGBD, het DGTSL, het DGD of de IBTD om de redenen als bedoeld in Bijlage 1;
l. het sluiten van een vaststellingsovereenkomst in verband met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst of tewerkstelling bij het ministerie of een wijziging van een reeds afgesloten vaststellingsovereenkomst, voor zover deze bevoegdheid niet is toegekend aan een directeur-generaal of directeur;
m. alle met cassatie verband houdende beslissingen zowel als eisende partij als verwerende partij met betrekking tot personeelsaangelegenheden;
n. het ten aanzien van onder hem ressorterende medewerkers geven van toestemming op verzoeken om systemen te mogen raadplegen naar aanleiding van vermoedens van niet integer gedrag door medewerkers.
a. het, na overleg met de bestuursraad, doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de organisatie van het kernministerie vanaf het niveau van afdelingen (of daarmee vergelijkbare organisatieonderdelen) en lager, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties;
b. het vaststellen van de formatie van het DGBD, het DGTSL en het DGD, voor zover het een uitbreiding van de totale formatie betreft;
c. het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning) en wijzigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam in functies bij het kernministerie met een bezoldiging van salarisschaal 15 of hoger. Het aangaan van de arbeidsovereenkomst vindt plaats na overleg met de bestuursraad;
d. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige onderdeel;
e. het toekennen van een bijzondere beloning aan functionarissen van het kernministerie;
f. het voeren van overleg met bonden over onderwerpen van algemeen belang voor de rechtstoestand van werknemers bij afwezigheid van de SG;
g. het vaststellen van regelingen of maken van afspraken met betrekking tot sociaal flankerend beleid;
h. het vaststellen van regels en beleid(skaders) inzake de bedrijfsvoering, waaronder regels die leiden tot wijzigingen in de rechten of verplichtingen van medewerkers, voor zover van toepassing op medewerkers van het gehele ministerie of het kernministerie;
i. het opleggen van ordemaatregelen en straffen aan functionarissen behorende tot de topstructuur van het Ministerie van Financiën;
j. het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam bij het kernministerie, tenzij de bevoegdheid is voorbehouden aan de algemene leiding van een DG zoals bedoeld in artikel 14;
k. het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam bij het DGBD, het DGTSL, het DGD of de IBTD om de redenen als bedoeld in Bijlage 1;
l. het sluiten van een vaststellingsovereenkomst in verband met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst of tewerkstelling bij het ministerie of een wijziging van een reeds afgesloten vaststellingsovereenkomst, voor zover deze bevoegdheid niet is toegekend aan een directeur-generaal of directeur;
m. alle met cassatie verband houdende beslissingen zowel als eisende partij als verwerende partij met betrekking tot personeelsaangelegenheden;
n. het ten aanzien van onder hem ressorterende medewerkers geven van toestemming op verzoeken om systemen te mogen raadplegen naar aanleiding van vermoedens van niet integer gedrag door medewerkers.