BWBR0043022
Geldig vanaf 2025-06-21
Artikel 19c
Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020
1. Aan de directeur-generaal van het DGBD en aan de (algemeen) directeuren van de organisatieonderdelen van het DGTSL en het DGD wordt mandaat verleend om te beslissen op andere Woo-verzoeken betreffende informatie die berust bij het betreffende organisatieonderdeel dan bedoeld in artikel 19a. De directeur-generaal van het DGBD en de (algemeen) directeuren van de organisatieonderdelen van het DGTSL en het DGD kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen.
2. Aan de directeuren-generaal van respectievelijk DGBD, DGTSL en DGD wordt mandaat verleend om de tegen de in het eerste lid bedoelde besluiten gerichte bezwaren te behandelen en daarop te beslissen. De directeuren-generaal kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen.
3. Aan de directeuren-generaal van respectievelijk DGBD, DGTSL en DGD wordt mandaat verleend tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tot het instellen van hoger beroep ter zake van de Woo-verzoeken bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen.
4. Rechterlijke uitspraken in procedures van de organisatieonderdelen van het DGBD, het DGTSL en het DGD worden zo spoedig mogelijk na ontvangst door het betreffende directoraat-generaal in afschrift toegezonden aan de directie Juridische Zaken.
2. Aan de directeuren-generaal van respectievelijk DGBD, DGTSL en DGD wordt mandaat verleend om de tegen de in het eerste lid bedoelde besluiten gerichte bezwaren te behandelen en daarop te beslissen. De directeuren-generaal kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen.
3. Aan de directeuren-generaal van respectievelijk DGBD, DGTSL en DGD wordt mandaat verleend tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tot het instellen van hoger beroep ter zake van de Woo-verzoeken bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermandaat verlenen.
4. Rechterlijke uitspraken in procedures van de organisatieonderdelen van het DGBD, het DGTSL en het DGD worden zo spoedig mogelijk na ontvangst door het betreffende directoraat-generaal in afschrift toegezonden aan de directie Juridische Zaken.