BWBR0042894
Geldig vanaf 2023-04-14
Artikel 8
Subsidieregeling regionale aanpak personeelstekort onderwijs 2020 en 2021
1. Indien een aanvraag betrekking heeft op het primair onderwijs, voldoet de regio van de aanvraag aan de volgende eisen:
a. ten minste 35 procent van de besturen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor primair onderwijs neemt deel aan de aanvraag;
b. de deelnemende vestigingen van scholen voor primair onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van scholen voor primair onderwijs in de regio, en die tenminste 800 fte bedraagt; en
c. één of meer besturen van lerarenopleidingen voor primair onderwijs nemen deel aan de activiteiten waar de aanvraag betrekking op heeft.
2. Indien een aanvraag betrekking heeft op het voortgezet onderwijs, voldoet de regio van de aanvraag aan de volgende eisen:
a. ten minste 50 procent van de besturen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor voortgezet onderwijs neemt deel aan de aanvraag;
b. de deelnemende vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs in de regio, en die tenminste 1.200 fte bedraagt; en
c. één of meer besturen van lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs nemen deel aan de activiteiten waar de aanvraag betrekking op heeft.
3. Onder een regio valt niet het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.
4. De vorige leden zijn van toepassing op een sectoroverstijgende aanvraag.
a. ten minste 35 procent van de besturen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor primair onderwijs neemt deel aan de aanvraag;
b. de deelnemende vestigingen van scholen voor primair onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van scholen voor primair onderwijs in de regio, en die tenminste 800 fte bedraagt; en
c. één of meer besturen van lerarenopleidingen voor primair onderwijs nemen deel aan de activiteiten waar de aanvraag betrekking op heeft.
2. Indien een aanvraag betrekking heeft op het voortgezet onderwijs, voldoet de regio van de aanvraag aan de volgende eisen:
a. ten minste 50 procent van de besturen van de in de betreffende regio gelegen vestigingen voor voortgezet onderwijs neemt deel aan de aanvraag;
b. de deelnemende vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs hebben een gezamenlijke personeelsomvang die ten minste een derde deel bedraagt van de totale personeelsomvang van de vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs in de regio, en die tenminste 1.200 fte bedraagt; en
c. één of meer besturen van lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs nemen deel aan de activiteiten waar de aanvraag betrekking op heeft.
3. Onder een regio valt niet het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.
4. De vorige leden zijn van toepassing op een sectoroverstijgende aanvraag.