BWBR0042894
Geldig vanaf 2023-04-14
Artikel 13
Subsidieregeling regionale aanpak personeelstekort onderwijs 2020 en 2021
1. De Minister kan aan een aanvrager die niet eerder op grond van deze regeling subsidie heeft aangevraagd en daardoor niet in aanmerking is gekomen voor een tweejarige subsidie op grond van artikel 3, voor het schooljaar 2021–2022 subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak personeelstekort in een nog niet in het kader van paragraaf 2van deze regeling gevormde regio.
2. De activiteiten in het plan van aanpak richten zich op de bestaande of te verwachten kwantitatieve en kwalitatieve tekorten in de personeelsvoorziening. Hieronder kunnen ook worden verstaan activiteiten die gericht zijn op de totstandbrenging of versterking van samenwerking in de regio voor het aanpakken en verminderen van het bestaande of verwachte personeelstekort.
3. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van cofinanciering. De cofinanciering bedraagt ten minste één derde deel van de subsidiabele kosten, en dient in geld of in geld waardeerbaar te zijn.
4. De artikelen 6, 8, en 10zijn van overeenkomstige toepassing op deze paragraaf.
5. In afwijking van de definitie van personeelsomvang als bedoeld in artikel 1, geldt voor de bepaling van de personeelsomvang, bedoeld in deze paragraaf, 1 oktober 2019 als peildatum.
2. De activiteiten in het plan van aanpak richten zich op de bestaande of te verwachten kwantitatieve en kwalitatieve tekorten in de personeelsvoorziening. Hieronder kunnen ook worden verstaan activiteiten die gericht zijn op de totstandbrenging of versterking van samenwerking in de regio voor het aanpakken en verminderen van het bestaande of verwachte personeelstekort.
3. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van cofinanciering. De cofinanciering bedraagt ten minste één derde deel van de subsidiabele kosten, en dient in geld of in geld waardeerbaar te zijn.
4. De artikelen 6, 8, en 10zijn van overeenkomstige toepassing op deze paragraaf.
5. In afwijking van de definitie van personeelsomvang als bedoeld in artikel 1, geldt voor de bepaling van de personeelsomvang, bedoeld in deze paragraaf, 1 oktober 2019 als peildatum.