BWBR0042249
Geldig vanaf 2022-03-15
Artikel 4
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019–2023
1. De minister verstrekt leerlinggebonden subsidie aan de rechtspersoon die een tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorziening in stand houdt.
2. Aan de directeur van de stichting wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten namens de minister inzake leerlinggebonden subsidie ten behoeve van Nederlandse en Belgische leerlingen die op 1 oktober van enig jaar staan ingeschreven bij een tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorziening.
3. De directeur kan ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende medewerkers.
4. De leerlinggebonden subsidie per leerling is het bedrag dat de minister aan de stichting voor subsidieverstrekking verstrekt, gedeeld door het aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor de leerlinggebonden subsidie.
2. Aan de directeur van de stichting wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten namens de minister inzake leerlinggebonden subsidie ten behoeve van Nederlandse en Belgische leerlingen die op 1 oktober van enig jaar staan ingeschreven bij een tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorziening.
3. De directeur kan ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende medewerkers.
4. De leerlinggebonden subsidie per leerling is het bedrag dat de minister aan de stichting voor subsidieverstrekking verstrekt, gedeeld door het aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor de leerlinggebonden subsidie.