BWBR0042249
Geldig vanaf 2022-03-15
Artikel 3
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019–2023
1. De minister verstrekt aan de stichting voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2023 instellingssubsidie voor:
a. het ondersteunen van onderwijsvoorzieningen waaronder begrepen het onderhouden van een infrastructuur ten behoeve van kwaliteitsbewaking en lerarenbegeleiding;
b. het namens de minister nemen van besluiten inzake leerlinggebonden subsidie aan tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorzieningen;
c. het op verzoek van de minister uitvoeren van werkzaamheden ter ondersteuning van de minister of diens vertegenwoordiger bij de vervulling van zijn taak in de Raad van Bestuur voor de Europese scholen in het kader van het bij het mandaatbesluit aan de stichting gemandateerde werkgeverschap van de Europese scholen; en
d. het namens de minister uitvoeren van de in het mandaatbesluit opgenomen activiteiten betreffende de Europese scholen.
2. Onder de in het eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten wordt ten minste verstaan:
a. informatieverstrekking over het onderwijs aan ouders, scholen en overige belanghebbenden;
b. kwaliteitsbewaking en -bevordering door het adviseren en begeleiden van scholen op onderwijsinhoudelijk en bestuurlijk terrein; en
c. het bevorderen van professionalisering van leerkrachten en schoolleiding.
3. De in het eerste lid, onder a, en onder b, bedoelde activiteiten zijn bedoeld voor Nederlandse en Belgische staatsburgers die wonen buiten het Nederlands of Belgisch grondgebied, en zijn gericht op hun terugkeer in en aansluiting bij het Nederlandstalig onderwijs in Nederland en België.
a. het ondersteunen van onderwijsvoorzieningen waaronder begrepen het onderhouden van een infrastructuur ten behoeve van kwaliteitsbewaking en lerarenbegeleiding;
b. het namens de minister nemen van besluiten inzake leerlinggebonden subsidie aan tot de ondersteuning toegelaten onderwijsvoorzieningen;
c. het op verzoek van de minister uitvoeren van werkzaamheden ter ondersteuning van de minister of diens vertegenwoordiger bij de vervulling van zijn taak in de Raad van Bestuur voor de Europese scholen in het kader van het bij het mandaatbesluit aan de stichting gemandateerde werkgeverschap van de Europese scholen; en
d. het namens de minister uitvoeren van de in het mandaatbesluit opgenomen activiteiten betreffende de Europese scholen.
2. Onder de in het eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten wordt ten minste verstaan:
a. informatieverstrekking over het onderwijs aan ouders, scholen en overige belanghebbenden;
b. kwaliteitsbewaking en -bevordering door het adviseren en begeleiden van scholen op onderwijsinhoudelijk en bestuurlijk terrein; en
c. het bevorderen van professionalisering van leerkrachten en schoolleiding.
3. De in het eerste lid, onder a, en onder b, bedoelde activiteiten zijn bedoeld voor Nederlandse en Belgische staatsburgers die wonen buiten het Nederlands of Belgisch grondgebied, en zijn gericht op hun terugkeer in en aansluiting bij het Nederlandstalig onderwijs in Nederland en België.