BWBR0042136
Geldig vanaf 24-04-2019
Artikel 3
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens
De directie Klantcontact en Controlerend Onderzoek (KCO) is belast met:
a. het monitoren van de toepassing van de verordening in de zin van artikel 57, eerste lid, onder a, van de verordening en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
b. het verrichten van onderzoek in de zin van artikel 57, eerste lid, onder h, van de verordening, artikel 35b, eerste lid, onder i, van de Wet politiegegevens en artikel 27, derde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 39r, tweede lid, artikel 51, tweede lid, artikel 51d, tweede lid en artikel 51h, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
c. het beter bekend maken van de verwerkingsverantwoordelijken en de verwerkers met hun verplichtingen uit hoofde van de verordening in de zin van artikel 57, eerste lid, onder d, van de verordening, artikel 35b, eerste lid, onder d, van de Wet politiegegevens en artikel 27, derde lid, artikel 39r, tweede lid, artikel 51, tweede lid, artikel 51d, tweede lid en artikel 51h, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
d. het informeren van betrokkenen over de uitoefening van zijn rechten in de zin van artikel 57, eerste lid, onder e, van de verordening en artikel 35b, eerste lid, onder e, van de Wet politiegegevens en artikel 27, derde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 39r, tweede lid, artikel 51, tweede lid, artikel 51d, tweede lid en artikel 51h, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
e. het behandelen van signalen en tips over overtredingen van de verordening, de uitvoeringswet, de Wet politiegegevens, de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, de Telecommunicatiewet, de Wet basisregistratie personen en de Kieswet;
f. het behandelen van klachten in de zin van artikel 57, eerste lid, onder f en artikel 77 van de verordening, gelezen in samenhang met artikel 80 van de verordening en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
g. het behandelen van klachten in de zin van artikel 35b, eerste lid, onder f en g en artikel 31a van de Wet politiegegevens en artikel 27, derde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 39r, tweede lid, artikel 51, tweede lid, artikel 51d, tweede lid en artikel 51h, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
h. het behandelen van verzoeken om handhaving, inclusief de afwijzing van dergelijke verzoeken;
i. het behandelen van verzoeken om bemiddeling of advisering in geschillen als bedoeld in artikel 36 van de uitvoeringswet;
j. het uitoefenen van de onderzoeksbevoegdheden in de zin van artikel 58, eerste lid, onder a (informatieverzoek), b (gegevensbeschermingscontroles), c (verrichten van een toetsing van afgegeven certificeringen), d (in kennis stellen van een beweerde inbreuk), e (toegang krijgen tot alle persoonsgegevens en informatie) en f (toegang bedrijfsruimten) van de verordening en artikel 15 van de uitvoeringswet en artikel 15.1, tweede lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet, gelezen in samenhang met titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
k. het opvragen van een register van de verwerkingsactiviteiten in de zin van artikel 30, vierde lid, van de verordening;
l. het behandelen van een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens in de zin van artikel 33 van de verordening, artikel 11.3a van de Telecommunicatiewet, artikel 33a van de Wet politiegegevens en artikel 26g van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en 39r, eerste lid, artikel 51, eerste lid, artikel 51d, eerste lid en artikel 51h, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
m. het verplichten tot melden van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34, vierde lid, in samenhang bezien met artikel 58, tweede lid, onder e, van de verordening, artikel 11.3a, vierde lid, van de Telecommunicatiewet, artikel 35c, eerste lid, onder e, van de Wet politiegegevens, artikel 27, vierde lid, onder e en artikel 39r, derde lid, onder e, artikel 51, derde lid, onder e, artikel 51d, derde lid, onder e, en artikel 51h, derde lid, onder e, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
n. het opstellen van een boeterapport in de zin van artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht;
o. het opstellen van een rapport van bevindingen naar aanleiding van een onderzoek.
a. het monitoren van de toepassing van de verordening in de zin van artikel 57, eerste lid, onder a, van de verordening en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
b. het verrichten van onderzoek in de zin van artikel 57, eerste lid, onder h, van de verordening, artikel 35b, eerste lid, onder i, van de Wet politiegegevens en artikel 27, derde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 39r, tweede lid, artikel 51, tweede lid, artikel 51d, tweede lid en artikel 51h, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
c. het beter bekend maken van de verwerkingsverantwoordelijken en de verwerkers met hun verplichtingen uit hoofde van de verordening in de zin van artikel 57, eerste lid, onder d, van de verordening, artikel 35b, eerste lid, onder d, van de Wet politiegegevens en artikel 27, derde lid, artikel 39r, tweede lid, artikel 51, tweede lid, artikel 51d, tweede lid en artikel 51h, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
d. het informeren van betrokkenen over de uitoefening van zijn rechten in de zin van artikel 57, eerste lid, onder e, van de verordening en artikel 35b, eerste lid, onder e, van de Wet politiegegevens en artikel 27, derde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 39r, tweede lid, artikel 51, tweede lid, artikel 51d, tweede lid en artikel 51h, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
e. het behandelen van signalen en tips over overtredingen van de verordening, de uitvoeringswet, de Wet politiegegevens, de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, de Telecommunicatiewet, de Wet basisregistratie personen en de Kieswet;
f. het behandelen van klachten in de zin van artikel 57, eerste lid, onder f en artikel 77 van de verordening, gelezen in samenhang met artikel 80 van de verordening en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet;
g. het behandelen van klachten in de zin van artikel 35b, eerste lid, onder f en g en artikel 31a van de Wet politiegegevens en artikel 27, derde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 39r, tweede lid, artikel 51, tweede lid, artikel 51d, tweede lid en artikel 51h, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
h. het behandelen van verzoeken om handhaving, inclusief de afwijzing van dergelijke verzoeken;
i. het behandelen van verzoeken om bemiddeling of advisering in geschillen als bedoeld in artikel 36 van de uitvoeringswet;
j. het uitoefenen van de onderzoeksbevoegdheden in de zin van artikel 58, eerste lid, onder a (informatieverzoek), b (gegevensbeschermingscontroles), c (verrichten van een toetsing van afgegeven certificeringen), d (in kennis stellen van een beweerde inbreuk), e (toegang krijgen tot alle persoonsgegevens en informatie) en f (toegang bedrijfsruimten) van de verordening en artikel 15 van de uitvoeringswet en artikel 15.1, tweede lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel Z 11a van de Kieswet, gelezen in samenhang met titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
k. het opvragen van een register van de verwerkingsactiviteiten in de zin van artikel 30, vierde lid, van de verordening;
l. het behandelen van een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens in de zin van artikel 33 van de verordening, artikel 11.3a van de Telecommunicatiewet, artikel 33a van de Wet politiegegevens en artikel 26g van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en 39r, eerste lid, artikel 51, eerste lid, artikel 51d, eerste lid en artikel 51h, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
m. het verplichten tot melden van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34, vierde lid, in samenhang bezien met artikel 58, tweede lid, onder e, van de verordening, artikel 11.3a, vierde lid, van de Telecommunicatiewet, artikel 35c, eerste lid, onder e, van de Wet politiegegevens, artikel 27, vierde lid, onder e en artikel 39r, derde lid, onder e, artikel 51, derde lid, onder e, artikel 51d, derde lid, onder e, en artikel 51h, derde lid, onder e, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
n. het opstellen van een boeterapport in de zin van artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht;
o. het opstellen van een rapport van bevindingen naar aanleiding van een onderzoek.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042136
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl