BWBR0042136
Geldig vanaf 24-04-2019
Artikel 14
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens
1. De stukken die van de Autoriteit Persoonsgegevens uitgaan, worden door de voorzitter ondertekend.
2. De Autoriteit Persoonsgegevens kan besluiten dat de ondertekening plaatsvindt door een ander lid van de Autoriteit Persoonsgegevens of één van de directeuren.
3. De ondertekening van adviezen bij voorafgaande raadpleging als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder f en g, geschiedt door de directeur Systeemtoezicht, Beveiliging en Technologie.
4. De ondertekening van gunningen voor het verwerken van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard ten behoeve van derden, als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder m, geschiedt door de directeur Systeemtoezicht, Beveiliging en Technologie.
5. De ondertekening van beslissingen op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder q, geschiedt door de directeur Juridische Zaken en Wetgevingsadvisering met uitzondering van beslissingen op bezwaarschriften voor zover het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, voor zover het bezwaarschrift is gericht tegen een besluit in de zin van artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht en voor zover het bezwaarschrift is gericht tegen een besluit op verzoek in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Deze beslissingen op bezwaarschriften worden ondertekend door het afdelingshoofd van de afdeling bezwaar binnen de directie Juridische Zaken en Wetgevingsadvisering.
6. De ondertekening van de aangifte bij het Openbaar Ministerie als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder aa, geschiedt door de directeur Juridische Zaken en Wetgevingsadvisering.
7. De ondertekening van documenten als bedoeld in het tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid geschiedt als volgt:
‘Autoriteit Persoonsgegevens,
Overeenkomstig het door de Autoriteit Persoonsgegevens genomen besluit,
(Gevolgd door de handtekening, de naam en de vermelding van de functie)’.
2. De Autoriteit Persoonsgegevens kan besluiten dat de ondertekening plaatsvindt door een ander lid van de Autoriteit Persoonsgegevens of één van de directeuren.
3. De ondertekening van adviezen bij voorafgaande raadpleging als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder f en g, geschiedt door de directeur Systeemtoezicht, Beveiliging en Technologie.
4. De ondertekening van gunningen voor het verwerken van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard ten behoeve van derden, als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder m, geschiedt door de directeur Systeemtoezicht, Beveiliging en Technologie.
5. De ondertekening van beslissingen op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder q, geschiedt door de directeur Juridische Zaken en Wetgevingsadvisering met uitzondering van beslissingen op bezwaarschriften voor zover het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, voor zover het bezwaarschrift is gericht tegen een besluit in de zin van artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht en voor zover het bezwaarschrift is gericht tegen een besluit op verzoek in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Deze beslissingen op bezwaarschriften worden ondertekend door het afdelingshoofd van de afdeling bezwaar binnen de directie Juridische Zaken en Wetgevingsadvisering.
6. De ondertekening van de aangifte bij het Openbaar Ministerie als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder aa, geschiedt door de directeur Juridische Zaken en Wetgevingsadvisering.
7. De ondertekening van documenten als bedoeld in het tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid geschiedt als volgt:
‘Autoriteit Persoonsgegevens,
Overeenkomstig het door de Autoriteit Persoonsgegevens genomen besluit,
(Gevolgd door de handtekening, de naam en de vermelding van de functie)’.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042136
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl