BWBR0042136
Geldig vanaf 24-04-2019
Artikel 10
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens
1. Aan het lid van de Autoriteit Persoonsgegevens dat verantwoordelijk is voor het beheer wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de rechtspositionele aangelegenheden van de functionarissen, werkzaam bij het secretariaat.
2. Aan de directeuren van de betreffende directies wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende functionarissen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:
a. het verlenen van verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof;
c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties;
d. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen
e. het aangaan van inhuurcontracten personeel;
f. het opdragen van een andere functie;
g. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
h. het bevorderen naar een hogere salarisschaal binnen het bestaande functieprofiel;
i. het toekennen van beloningen en toelagen nadat daarover afstemming heeft plaatsgevonden in het Directieberaad;
j. het vaststellen van het functioneren;
k. het toekennen en onthouden van een periodieke verhoging;
l. het opleggen van een disciplinaire maatregel;
m. het accorderen van IKAP-aanvragen.
3. Indien in het kader van de in het tweede lid te nemen besluiten een bedrag van meer dan € 30.000,– aan de orde is, vindt hierover afstemming plaats met het lid van de Autoriteit Persoonsgegevens dat verantwoordelijk is voor het beheer.
4. Aan de afdelingshoofden van de betreffende afdelingen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:
a. het verlenen van verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof;
c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties binnen de Europese Unie;
d. het vaststellen van het functioneren;
e. het accorderen van IKAP-aanvragen.
2. Aan de directeuren van de betreffende directies wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende functionarissen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:
a. het verlenen van verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof;
c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties;
d. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen
e. het aangaan van inhuurcontracten personeel;
f. het opdragen van een andere functie;
g. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
h. het bevorderen naar een hogere salarisschaal binnen het bestaande functieprofiel;
i. het toekennen van beloningen en toelagen nadat daarover afstemming heeft plaatsgevonden in het Directieberaad;
j. het vaststellen van het functioneren;
k. het toekennen en onthouden van een periodieke verhoging;
l. het opleggen van een disciplinaire maatregel;
m. het accorderen van IKAP-aanvragen.
3. Indien in het kader van de in het tweede lid te nemen besluiten een bedrag van meer dan € 30.000,– aan de orde is, vindt hierover afstemming plaats met het lid van de Autoriteit Persoonsgegevens dat verantwoordelijk is voor het beheer.
4. Aan de afdelingshoofden van de betreffende afdelingen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:
a. het verlenen van verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof;
c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties binnen de Europese Unie;
d. het vaststellen van het functioneren;
e. het accorderen van IKAP-aanvragen.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042136
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl