BWBR0041794
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 6
Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019
1. Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlagevan dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst.
2. Aan de hoofden van dienst wordt tevens, ieder voor zich, voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.
3. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat en machtiging verleend inzake de benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden en de secretaris van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
4. Aan de directeur-generaal Agro wordt tevens mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren.
5. Aan de directeur-generaal Natuur en Visserij wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europees Visserijbeleid.
6. Aan de directeur-generaal Agro de directeur-generaal Natuur en Visserij, de directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof en de directeur-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
7. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels, met uitzondering van beleidsregels omtrent de uitleg van wettelijke voorschriften.
8. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften op zijn werkterrein, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.
9. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.
10. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het inschrijven van zijn dienstonderdeel en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten, met inachtneming van door de secretaris-generaal gestelde regels;
11. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verstrekken van subsidies voor de wettelijke onderzoekstaak ‘WOT voedselveiligheid’ op grond van artikel 11, onderdeel b, juncto bijlage 1 van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek, voor zover:
a. de te subsidiëren activiteiten gericht zijn op ondersteuning van de NVWA; en
b. het te verstrekken subsidiebedrag het subsidieplafond genoemd in bijlage 3, paragraaf 2, van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek voor de WOT voedselveiligheid gericht op de ondersteuning van de NVWA ten behoeve van het instituut Wageningen Research, niet te boven gaat.
2. Aan de hoofden van dienst wordt tevens, ieder voor zich, voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.
3. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat en machtiging verleend inzake de benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden en de secretaris van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
4. Aan de directeur-generaal Agro wordt tevens mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren.
5. Aan de directeur-generaal Natuur en Visserij wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europees Visserijbeleid.
6. Aan de directeur-generaal Agro de directeur-generaal Natuur en Visserij, de directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof en de directeur-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
7. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels, met uitzondering van beleidsregels omtrent de uitleg van wettelijke voorschriften.
8. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften op zijn werkterrein, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.
9. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.
10. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het inschrijven van zijn dienstonderdeel en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten, met inachtneming van door de secretaris-generaal gestelde regels;
11. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verstrekken van subsidies voor de wettelijke onderzoekstaak ‘WOT voedselveiligheid’ op grond van artikel 11, onderdeel b, juncto bijlage 1 van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek, voor zover:
a. de te subsidiëren activiteiten gericht zijn op ondersteuning van de NVWA; en
b. het te verstrekken subsidiebedrag het subsidieplafond genoemd in bijlage 3, paragraaf 2, van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek voor de WOT voedselveiligheid gericht op de ondersteuning van de NVWA ten behoeve van het instituut Wageningen Research, niet te boven gaat.