BWBR0041794
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 10
Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019
1. De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zich, voor hun werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in artikel 6, eerste lid, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen en aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd;
b. het verlenen van langdurend verlof als bedoeld in paragraaf 4.6 van de CAO Rijk;
c. het opdragen van een andere functie;
d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
e. het toekennen van een hogere salarisschaal;
f. het toekennen van beloningen;
g. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen;
h. het treffen van ordemaatregelen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
i. het toekennen van een terugkeergarantie;
j. het afnemen van de eed en belofte;
k. het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met en het inlenen op basis van een uitzend- of detacheringsovereenkomst dan wel op basis van een overeenkomst van opdracht van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt;
l. het behandelen en beslissen op aanvragen voor een RVU-uitkering.
3. De secretaris-generaal kan aan de hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Een afschrift hiervan wordt aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat toegezonden.
4. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kan voor door hem in mandaat genomen besluiten inzake maatregelen naar aanleiding van importinspecties een ondertekeningsmandaat verlenen aan functionarissen van de plantaardige keuringsdiensten.
5. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De inspecteur-generaal kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.
6. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt mandaat verleend om per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het vijfde lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden.
7. De directeur-generaal Agro kan aan de directeur Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn ondermandaat en machtiging verlenen voor het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd;
b. het verlenen van langdurend verlof als bedoeld in paragraaf 4.6 van de CAO Rijk;
c. het opdragen van een andere functie;
d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
e. het toekennen van een hogere salarisschaal;
f. het toekennen van beloningen;
g. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen;
h. het treffen van ordemaatregelen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
i. het toekennen van een terugkeergarantie;
j. het afnemen van de eed en belofte;
k. het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met en het inlenen op basis van een uitzend- of detacheringsovereenkomst dan wel op basis van een overeenkomst van opdracht van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt;
l. het behandelen en beslissen op aanvragen voor een RVU-uitkering.
3. De secretaris-generaal kan aan de hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Een afschrift hiervan wordt aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat toegezonden.
4. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kan voor door hem in mandaat genomen besluiten inzake maatregelen naar aanleiding van importinspecties een ondertekeningsmandaat verlenen aan functionarissen van de plantaardige keuringsdiensten.
5. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De inspecteur-generaal kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.
6. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt mandaat verleend om per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het vijfde lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden.
7. De directeur-generaal Agro kan aan de directeur Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn ondermandaat en machtiging verlenen voor het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren.