BWBR0041794
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 4
Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019
1. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
b. het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid;
c. het vaststellen van personeelsreglementen als bedoeld in paragraaf 1.1 van de CAO Rijk en circulaires, met uitzondering van circulaires en personeelsreglementen die naar het oordeel van de secretaris-generaal door een hoofd van dienst moeten worden vastgesteld;
d. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst;
e. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst: 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat hij door hem zullen worden behandeld of;
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij hij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moet worden behandeld;
1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat hij door hem zullen worden behandeld of;
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij hij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moet worden behandeld;
f. het verkennen van de inrichting en de opbouw van nieuwe organisatieonderdelen binnen het ministerie;
g. aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
h. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, commissies en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst;
i. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, alsmede het bespreken van de algemene gang van zaken van de onderneming in de overlegvergadering als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst;
j. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
k. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
l. aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
m. het vervullen van de bestuurlijke contactfunctie voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met regionale sleutelfiguren in geval van het uitbreken van een crisis;
n. de algemene coördinatie van de belangen, het beleid en de activiteiten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake Caribisch Nederland, inclusief algemeen bestuurlijke taken;
o. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken aanwijzen van functies die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden als vertrouwensfuncties;
p. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit richting de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit, Staatsbosbeheer, Bureau Beheer Landbouwgronden, en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
q. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
2. Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, behoren in ieder geval:
a. het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten: 1°. het directoraat-generaal Agro;
2°. het directoraat-generaal Natuur en Visserij;
3°. het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof;
4°. het directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied;
5°. de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken;
6°. de directie Communicatie;
7°. de directie Financieel-Economische Zaken.
1°. het directoraat-generaal Agro;
2°. het directoraat-generaal Natuur en Visserij;
3°. het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof;
4°. het directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied;
5°. de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken;
6°. de directie Communicatie;
7°. de directie Financieel-Economische Zaken.
b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten;
c. het vaststellen van interne circulaires;
d. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst;
e. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende: 1°. het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
2°. het toekennen van een hogere salarisschaal;
3°. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
4°. het opdragen van een andere functie;
5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid;
7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
8°. het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
9°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
10°. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.
1°. het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
2°. het toekennen van een hogere salarisschaal;
3°. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
4°. het opdragen van een andere functie;
5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid;
7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
8°. het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
9°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
10°. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.
f. Vervallen.
g. het toepassen van de hardheidsclausules, genoemd in paragraaf 7.1 en 7.2 van het personeelsreglement LNV.
a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
b. het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid;
c. het vaststellen van personeelsreglementen als bedoeld in paragraaf 1.1 van de CAO Rijk en circulaires, met uitzondering van circulaires en personeelsreglementen die naar het oordeel van de secretaris-generaal door een hoofd van dienst moeten worden vastgesteld;
d. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst;
e. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst: 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat hij door hem zullen worden behandeld of;
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij hij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moet worden behandeld;
1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat hij door hem zullen worden behandeld of;
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij hij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moet worden behandeld;
f. het verkennen van de inrichting en de opbouw van nieuwe organisatieonderdelen binnen het ministerie;
g. aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
h. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, commissies en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst;
i. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, alsmede het bespreken van de algemene gang van zaken van de onderneming in de overlegvergadering als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst;
j. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
k. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
l. aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
m. het vervullen van de bestuurlijke contactfunctie voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met regionale sleutelfiguren in geval van het uitbreken van een crisis;
n. de algemene coördinatie van de belangen, het beleid en de activiteiten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake Caribisch Nederland, inclusief algemeen bestuurlijke taken;
o. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken aanwijzen van functies die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden als vertrouwensfuncties;
p. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit richting de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit, Staatsbosbeheer, Bureau Beheer Landbouwgronden, en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
q. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
2. Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, behoren in ieder geval:
a. het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten: 1°. het directoraat-generaal Agro;
2°. het directoraat-generaal Natuur en Visserij;
3°. het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof;
4°. het directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied;
5°. de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken;
6°. de directie Communicatie;
7°. de directie Financieel-Economische Zaken.
1°. het directoraat-generaal Agro;
2°. het directoraat-generaal Natuur en Visserij;
3°. het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof;
4°. het directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied;
5°. de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken;
6°. de directie Communicatie;
7°. de directie Financieel-Economische Zaken.
b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten;
c. het vaststellen van interne circulaires;
d. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst;
e. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende: 1°. het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
2°. het toekennen van een hogere salarisschaal;
3°. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
4°. het opdragen van een andere functie;
5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid;
7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
8°. het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
9°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
10°. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.
1°. het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
2°. het toekennen van een hogere salarisschaal;
3°. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
4°. het opdragen van een andere functie;
5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid;
7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
8°. het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
9°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
10°. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.
f. Vervallen.
g. het toepassen van de hardheidsclausules, genoemd in paragraaf 7.1 en 7.2 van het personeelsreglement LNV.