BWBR0041794
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 5
Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019
Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;
b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
e. het overleggen met medezeggenschap en centrales van vereniging van ambtenaren, met uitzondering van het bespreken van de algemene gang van zaken van de onderneming in de overlegvergadering als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden;
f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door onder meer het voorzitten van de LNV CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders;
g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
h. het invulling geven aan de bedrijfsmatige relatie met de aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gelieerde organisaties met publieke taken;
i. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
j. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers;
k. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;
l. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
m. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
n. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
o. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst of de directeur van het Agentschap CIBG, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels en selectielijsten als bedoeld in de artikelen 14 van het Archiefbesluit 1995 en 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;
p. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017;
q. het uitoefenen van bevoegdheden die voortvloeien uit zeggenschap over privaatrechtelijke rechtspersonen, niet zijnde zelfstandige bestuursorganen;
r. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit richting de zelfstandige bestuursorganen, met uitzondering van Staatsbosbeheer, Bureau Beheer Landbouwgronden en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
s. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende: 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
t. het inschrijven van het kernministerie en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten;
u. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kernministerie of van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, aan andere agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen;
v. aangelegenheden op het gebied van de Raad voor Dierenaangelegenheden.
a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;
b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
e. het overleggen met medezeggenschap en centrales van vereniging van ambtenaren, met uitzondering van het bespreken van de algemene gang van zaken van de onderneming in de overlegvergadering als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden;
f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door onder meer het voorzitten van de LNV CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders;
g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
h. het invulling geven aan de bedrijfsmatige relatie met de aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gelieerde organisaties met publieke taken;
i. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
j. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers;
k. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;
l. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
m. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
n. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
o. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst of de directeur van het Agentschap CIBG, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels en selectielijsten als bedoeld in de artikelen 14 van het Archiefbesluit 1995 en 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;
p. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017;
q. het uitoefenen van bevoegdheden die voortvloeien uit zeggenschap over privaatrechtelijke rechtspersonen, niet zijnde zelfstandige bestuursorganen;
r. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit richting de zelfstandige bestuursorganen, met uitzondering van Staatsbosbeheer, Bureau Beheer Landbouwgronden en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
s. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende: 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
t. het inschrijven van het kernministerie en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten;
u. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kernministerie of van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, aan andere agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen;
v. aangelegenheden op het gebied van de Raad voor Dierenaangelegenheden.