BWBR0041682
Geldig vanaf 06-12-2018
Artikel 6
Bestuursreglement Politieacademie
1. De Politieacademie heeft een Raad van Advies.
2. De Raad van Advies van de Politieacademie adviseert de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger desgevraagd of uit eigen beweging over de taakuitvoering door de Politieacademie, in de zin van de Politiewet 2012. Daarnaast fungeert de Raad van Advies als klankbord voor de directeur en de plaatsvervangend directeur van de Politieacademie.
3. De Raad van Advies stelt een reglement vast over zijn werkwijze, dat aangeeft hoe de advisering van de Raad van Advies plaatsvindt en de wijze van afstemming met de directeur en zijn plaatsvervanger.
4. De directeur neemt bij zijn adviesvragen aan de Raad van Advies het reglement van de Raad van Advies in acht. De directeur van de Politieacademie verstrekt de Raad van Advies Politieacademie desgevraagd alle gegevens en inlichtingen die deze voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. De directeur en zijn plaatsvervanger zijn aanwezig bij de vergaderingen van de Raad van Advies.
5. De directeur besteedt in het jaarverslag van de Politieacademie aandacht aan de adviezen van de Raad van Advies en aan de wijze waarop hij is omgegaan met deze adviezen.
2. De Raad van Advies van de Politieacademie adviseert de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger desgevraagd of uit eigen beweging over de taakuitvoering door de Politieacademie, in de zin van de Politiewet 2012. Daarnaast fungeert de Raad van Advies als klankbord voor de directeur en de plaatsvervangend directeur van de Politieacademie.
3. De Raad van Advies stelt een reglement vast over zijn werkwijze, dat aangeeft hoe de advisering van de Raad van Advies plaatsvindt en de wijze van afstemming met de directeur en zijn plaatsvervanger.
4. De directeur neemt bij zijn adviesvragen aan de Raad van Advies het reglement van de Raad van Advies in acht. De directeur van de Politieacademie verstrekt de Raad van Advies Politieacademie desgevraagd alle gegevens en inlichtingen die deze voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. De directeur en zijn plaatsvervanger zijn aanwezig bij de vergaderingen van de Raad van Advies.
5. De directeur besteedt in het jaarverslag van de Politieacademie aandacht aan de adviezen van de Raad van Advies en aan de wijze waarop hij is omgegaan met deze adviezen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041682
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl