BWBR0041682
Geldig vanaf 06-12-2018
Artikel 5
Bestuursreglement Politieacademie
1. De directeur en de plaatsvervangend directeur maken het voornemen tot het aanvaarden van nevenfuncties anders dan uit hoofde van hun functie schriftelijk bekend aan de Minister van Justitie en Veiligheid.
2. De directeur en plaatsvervangend directeur vervullen geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van hun onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Zij vermijden te allen tijde de schijn van belangenverstrengeling bij de uitoefening van hun functie.
3. Nevenfuncties anders dan uit hoofde van hun functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de Politieacademie en bij de Minister.
2. De directeur en plaatsvervangend directeur vervullen geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van hun onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Zij vermijden te allen tijde de schijn van belangenverstrengeling bij de uitoefening van hun functie.
3. Nevenfuncties anders dan uit hoofde van hun functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de Politieacademie en bij de Minister.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041682
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl