BWBR0041682
Geldig vanaf 06-12-2018
Artikel 16
Bestuursreglement Politieacademie
De directeur heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, onder meer de volgende bevoegdheden ten aanzien van het personeel:
1. hij heeft het gezag over de medewerkers die de Korpschef aan de Politieacademie ter beschikking heeft gesteld voor de uitvoering van de Politieacademie taken en stuurt deze functioneel aan. De medewerkers leggen over hun werkzaamheden uitsluitend aan hem verantwoording af. Dit geldt zowel voor de personen die zijn aangesteld bij het korps als voor de personen die door het korps worden ingehuurd ten behoeve van de Politieacademie;
2. hij heeft het recht van aanbeveling en instemming bij de selectie en aanstelling van medewerkers en het recht van instemming bij de beëindiging van het feitelijk ter beschikking stellen van medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van taken van de Politieacademie en binnen de staf van de Politieacademie;
3. hij stelt vast aan welke kwaliteitseisen deze medewerkers moeten voldoen;
4. hij zorgt ervoor voor dat de medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van de taken van de Politieacademie en binnen de staf van de Politieacademie de gelegenheid krijgen de rechten en verplichtingen na te komen die verbonden zijn aan hun aanstelling als ambtenaar van Politie;
5. hij zorgt voor de behandeling van klachten over gedragingen van medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van taken van de Politieacademie en binnen de staf van de Politieacademie.
1. hij heeft het gezag over de medewerkers die de Korpschef aan de Politieacademie ter beschikking heeft gesteld voor de uitvoering van de Politieacademie taken en stuurt deze functioneel aan. De medewerkers leggen over hun werkzaamheden uitsluitend aan hem verantwoording af. Dit geldt zowel voor de personen die zijn aangesteld bij het korps als voor de personen die door het korps worden ingehuurd ten behoeve van de Politieacademie;
2. hij heeft het recht van aanbeveling en instemming bij de selectie en aanstelling van medewerkers en het recht van instemming bij de beëindiging van het feitelijk ter beschikking stellen van medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van taken van de Politieacademie en binnen de staf van de Politieacademie;
3. hij stelt vast aan welke kwaliteitseisen deze medewerkers moeten voldoen;
4. hij zorgt ervoor voor dat de medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van de taken van de Politieacademie en binnen de staf van de Politieacademie de gelegenheid krijgen de rechten en verplichtingen na te komen die verbonden zijn aan hun aanstelling als ambtenaar van Politie;
5. hij zorgt voor de behandeling van klachten over gedragingen van medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van taken van de Politieacademie en binnen de staf van de Politieacademie.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041682
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl