BWBR0041682
Geldig vanaf 06-12-2018
Artikel 17
Bestuursreglement Politieacademie
De directeur heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, onder meer de volgende bevoegdheden ten aanzien van de ondersteunende middelen en diensten die de Korpschef aan de Politieacademie ter beschikking stelt voor de uitvoering van haar taken:
1. hij verstrekt jaarlijks vóór 1 april aan de Minister, in afschrift aan de Korpschef, een opgave van sterkte en middelen die de Politieacademie nodig heeft om te voorzien in de totale meerjarige behoefte aan onderwijs, kennis en onderzoek van het Korps;
2. hij inventariseert jaarlijks de onderwijsbehoefte van de Koninklijke Marechaussee en de Rijksrecherche en van andere door de Minister aangewezen organisaties die een publiekrechtelijke taak uitoefenen op het terrein van politie, justitie en veiligheid, alsmede van het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) en doet opgave van sterkte en middelen die de Politieacademie nodig heeft om te voorzien in die behoefte;
3. hij geeft jaarlijks aan welke specifieke eisen op het gebied van bedrijfsvoering er zijn, die voortvloeien uit de taken van de Politieacademie en die daaraan ten dienste staan;
4. hij heeft het recht van instemming bij de selectie van de middelen voor de uitvoering van de taken van de Politieacademie en bij de beëindiging van de ter beschikkingstelling daarvan.
1. hij verstrekt jaarlijks vóór 1 april aan de Minister, in afschrift aan de Korpschef, een opgave van sterkte en middelen die de Politieacademie nodig heeft om te voorzien in de totale meerjarige behoefte aan onderwijs, kennis en onderzoek van het Korps;
2. hij inventariseert jaarlijks de onderwijsbehoefte van de Koninklijke Marechaussee en de Rijksrecherche en van andere door de Minister aangewezen organisaties die een publiekrechtelijke taak uitoefenen op het terrein van politie, justitie en veiligheid, alsmede van het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) en doet opgave van sterkte en middelen die de Politieacademie nodig heeft om te voorzien in die behoefte;
3. hij geeft jaarlijks aan welke specifieke eisen op het gebied van bedrijfsvoering er zijn, die voortvloeien uit de taken van de Politieacademie en die daaraan ten dienste staan;
4. hij heeft het recht van instemming bij de selectie van de middelen voor de uitvoering van de taken van de Politieacademie en bij de beëindiging van de ter beschikkingstelling daarvan.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041682
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl