BWBR0041680
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 17
Besluit toezicht trustkantoren 2018
1. Het organisatieonderdeel dat de compliancefunctie uitoefent beschikt over de nodige autoriteit, middelen, deskundigheid en toegang tot alle noodzakelijke informatie om zijn taken onafhankelijk en effectief te kunnen uitoefenen.
2. Het organisatieonderdeel dat de compliancefunctie uitvoert draagt op permanente en systematische wijze zorg voor het identificeren, analyseren en beoordelen van, het adviseren over, het monitoren van en het rapporteren over het risico van ontoereikende naleving van de wet, het procedurehandboek, het beleid, de procedures en maatregelen door het trustkantoor.
3. De compliancefunctie stelt een jaarlijks, op risico-gebaseerd werkprogramma op dat tenminste voorziet in:
1°. het monitoren van het beheer van de integriteitrisico’s door alle relevante bedrijfsonderdelen van het trustkantoor;
2°. het toezicht op de naleving van het procedurehandboek;
3°. het opstellen van of adviseren over aanbevelingen voor het wegnemen van gesignaleerde tekortkomingen of gebreken;
4°. het adviseren over de wijze hoe het trustkantoor aan bestaande of in het vooruitzicht gestelde wetgeving, interne regels of relevante standaarden kan voldoen;
5°. het beoordelen van de tijdigheid en effectiviteit van de maatregelen gericht op een gepaste bijstelling van gesignaleerde tekortkomingen of gebreken met betrekking tot het beheersen van integriteitrisico’s en het risico op ontoereikende naleving door het trustkantoor;
6°. het op permanente wijze zorg dragen voor de voorziening van informatie aan de overige organisatieonderdelen inzake de beheersing van integriteitrisico’s en de naleving van wetgeving, interne regels en relevante standaarden door het trustkantoor; en
7°. het adviseren van en periodiek rapporteren aan het bestuur, en indien van toepassing het intern toezichthoudende orgaan, over de beheersing van integriteitrisico’s en het risico op ontoereikende naleving door het trustkantoor.
4. Het aantal uren per week dat een natuurlijke persoon of natuurlijke personen de compliancefunctie uitvoert of uitvoeren, is afgestemd op het aantal cliënten van het trustkantoor, de aard van zijn activiteiten en de daaraan verbonden integriteitrisico’s.
5. Een trustkantoor legt de omvang van de compliancefunctie schriftelijk vast en onderbouwt daarbij de omvang aan de hand van de elementen, bedoeld in her vierde lid.
2. Het organisatieonderdeel dat de compliancefunctie uitvoert draagt op permanente en systematische wijze zorg voor het identificeren, analyseren en beoordelen van, het adviseren over, het monitoren van en het rapporteren over het risico van ontoereikende naleving van de wet, het procedurehandboek, het beleid, de procedures en maatregelen door het trustkantoor.
3. De compliancefunctie stelt een jaarlijks, op risico-gebaseerd werkprogramma op dat tenminste voorziet in:
1°. het monitoren van het beheer van de integriteitrisico’s door alle relevante bedrijfsonderdelen van het trustkantoor;
2°. het toezicht op de naleving van het procedurehandboek;
3°. het opstellen van of adviseren over aanbevelingen voor het wegnemen van gesignaleerde tekortkomingen of gebreken;
4°. het adviseren over de wijze hoe het trustkantoor aan bestaande of in het vooruitzicht gestelde wetgeving, interne regels of relevante standaarden kan voldoen;
5°. het beoordelen van de tijdigheid en effectiviteit van de maatregelen gericht op een gepaste bijstelling van gesignaleerde tekortkomingen of gebreken met betrekking tot het beheersen van integriteitrisico’s en het risico op ontoereikende naleving door het trustkantoor;
6°. het op permanente wijze zorg dragen voor de voorziening van informatie aan de overige organisatieonderdelen inzake de beheersing van integriteitrisico’s en de naleving van wetgeving, interne regels en relevante standaarden door het trustkantoor; en
7°. het adviseren van en periodiek rapporteren aan het bestuur, en indien van toepassing het intern toezichthoudende orgaan, over de beheersing van integriteitrisico’s en het risico op ontoereikende naleving door het trustkantoor.
4. Het aantal uren per week dat een natuurlijke persoon of natuurlijke personen de compliancefunctie uitvoert of uitvoeren, is afgestemd op het aantal cliënten van het trustkantoor, de aard van zijn activiteiten en de daaraan verbonden integriteitrisico’s.
5. Een trustkantoor legt de omvang van de compliancefunctie schriftelijk vast en onderbouwt daarbij de omvang aan de hand van de elementen, bedoeld in her vierde lid.