BWBR0041680
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 16
Besluit toezicht trustkantoren 2018
Een trustkantoor beschikt over een actueel procedurehandboek dat voorziet in:
a. procedures omtrent de naleving van de bij of krachtens de wet gestelde regels, waaronder in ieder geval: 1°. het vervullen van de compliancefunctie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet;
2°. de uitoefening van de auditfunctie, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet;
3°. procedures met betrekking tot omgang met incidenten, waaronder de wijze van afhandeling en de administratieve vastlegging van incidenten zodanig dat wordt voldaan aan artikel 20 van de wet;
4°. de functiescheiding, bedoeld in artikel 19;
5°. integriteitgevoelige functies als bedoeld in artikel 12;
1°. het vervullen van de compliancefunctie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet;
2°. de uitoefening van de auditfunctie, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet;
3°. procedures met betrekking tot omgang met incidenten, waaronder de wijze van afhandeling en de administratieve vastlegging van incidenten zodanig dat wordt voldaan aan artikel 20 van de wet;
4°. de functiescheiding, bedoeld in artikel 19;
5°. integriteitgevoelige functies als bedoeld in artikel 12;
b. procedures omtrent de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme;
c. procedures omtrent de naleving van de Sanctiewet 1977.
a. procedures omtrent de naleving van de bij of krachtens de wet gestelde regels, waaronder in ieder geval: 1°. het vervullen van de compliancefunctie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet;
2°. de uitoefening van de auditfunctie, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet;
3°. procedures met betrekking tot omgang met incidenten, waaronder de wijze van afhandeling en de administratieve vastlegging van incidenten zodanig dat wordt voldaan aan artikel 20 van de wet;
4°. de functiescheiding, bedoeld in artikel 19;
5°. integriteitgevoelige functies als bedoeld in artikel 12;
1°. het vervullen van de compliancefunctie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet;
2°. de uitoefening van de auditfunctie, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet;
3°. procedures met betrekking tot omgang met incidenten, waaronder de wijze van afhandeling en de administratieve vastlegging van incidenten zodanig dat wordt voldaan aan artikel 20 van de wet;
4°. de functiescheiding, bedoeld in artikel 19;
5°. integriteitgevoelige functies als bedoeld in artikel 12;
b. procedures omtrent de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme;
c. procedures omtrent de naleving van de Sanctiewet 1977.