BWBR0041619
Geldig vanaf 2023-05-27
Artikel 7
Subsidieregeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar
1. Het bevoegd gezag of samenwerkingsverband dient de aanvraag in met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat op de website www.dus-i.nl beschikbaar is gesteld.
2. De subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf het moment waarop de onderwijsassistent of leraarondersteuner is gestart met de opleiding tot leraar, bedoeld in artikel 3, eerste lid:
a. tot en met 15 oktober 2019, voor subsidieverstrekking in het jaar 2019;
b. van 16 oktober 2019 tot en met 15 oktober 2020, voor subsidieverstrekking in het jaar 2020;
c. tot en met 15 oktober 2021, voor subsidieverstrekking in het jaar 2021;
d. van 16 oktober 2021 tot en met 15 oktober 2022, voor subsidieverstrekking in het jaar 2022;
e. van 1 januari 2023 tot en met 15 oktober 2023, voor subsidieverstrekking in het jaar 2023;
f. van 1 januari 2024 tot en met 15 oktober 2024, voor subsidieverstrekking in het jaar 2024;
g. van 1 januari 2025 tot en met 15 oktober 2025, voor subsidieverstrekking in het jaar 2025;
h. van 1 januari 2026 tot en met 15 oktober 2026, voor subsidieverstrekking in het jaar 2026.
3. Per onderwijsassistent of leraarondersteuner kan eenmaal per opleiding op grond van deze regeling subsidie worden verstrekt.
4. De subsidie wordt aangevraagd in het kalenderjaar waarin de onderwijsassistent of leraarondersteuner met de opleiding tot leraar is gestart of in het daaropvolgende kalenderjaar. Aanvragen die op een eerder of later tijdstip worden ingediend, worden afgewezen.
5. Het vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van aanvragen als bedoeld in artikel 5, zevende lid, indien de desbetreffende aanvraag aanvankelijk binnen het in het vierde lid bedoelde aanvraagtijdvak werd ingediend.
6. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een afschrift van het inschrijvingsbewijs van de onderwijsassistent of leraarondersteuner voor de opleiding tot leraar, waarin in ieder geval is vermeld:
a. de naam van de onderwijsassistent of leraarondersteuner;
b. de opleider;
c. de opleiding tot leraar; en
d. de startdatum van de opleiding tot leraar.
2. De subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf het moment waarop de onderwijsassistent of leraarondersteuner is gestart met de opleiding tot leraar, bedoeld in artikel 3, eerste lid:
a. tot en met 15 oktober 2019, voor subsidieverstrekking in het jaar 2019;
b. van 16 oktober 2019 tot en met 15 oktober 2020, voor subsidieverstrekking in het jaar 2020;
c. tot en met 15 oktober 2021, voor subsidieverstrekking in het jaar 2021;
d. van 16 oktober 2021 tot en met 15 oktober 2022, voor subsidieverstrekking in het jaar 2022;
e. van 1 januari 2023 tot en met 15 oktober 2023, voor subsidieverstrekking in het jaar 2023;
f. van 1 januari 2024 tot en met 15 oktober 2024, voor subsidieverstrekking in het jaar 2024;
g. van 1 januari 2025 tot en met 15 oktober 2025, voor subsidieverstrekking in het jaar 2025;
h. van 1 januari 2026 tot en met 15 oktober 2026, voor subsidieverstrekking in het jaar 2026.
3. Per onderwijsassistent of leraarondersteuner kan eenmaal per opleiding op grond van deze regeling subsidie worden verstrekt.
4. De subsidie wordt aangevraagd in het kalenderjaar waarin de onderwijsassistent of leraarondersteuner met de opleiding tot leraar is gestart of in het daaropvolgende kalenderjaar. Aanvragen die op een eerder of later tijdstip worden ingediend, worden afgewezen.
5. Het vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van aanvragen als bedoeld in artikel 5, zevende lid, indien de desbetreffende aanvraag aanvankelijk binnen het in het vierde lid bedoelde aanvraagtijdvak werd ingediend.
6. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een afschrift van het inschrijvingsbewijs van de onderwijsassistent of leraarondersteuner voor de opleiding tot leraar, waarin in ieder geval is vermeld:
a. de naam van de onderwijsassistent of leraarondersteuner;
b. de opleider;
c. de opleiding tot leraar; en
d. de startdatum van de opleiding tot leraar.