BWBR0041619
Geldig vanaf 2023-05-27
Artikel 3
Subsidieregeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar
1. De minister kan aan een bevoegd gezag of samenwerkingsverband subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de studiekosten en kosten van studieverlof in verband met het volgen van een opleiding tot leraar gedurende een periode van ten hoogste vier jaren door een bij het bevoegd gezag of samenwerkingsverband in dienst zijnde onderwijsassistent of leraarondersteuner die in 2019, 2020, 2021, 2022, 2023, 2024, 2025 of 2026 met die opleiding is gestart.
2. Het bevoegd gezag of samenwerkingsverband en de onderwijsassistent of leraarondersteuner sluiten een overeenkomst, waarin ten minste is opgenomen:
a. dat de onderwijsassistent of leraarondersteuner ten minste 20% van het aantal uren van de betrekkingsomvang per week aan studieverlof ontvangt;
b. door wie de overige kosten naast de studiekosten worden gedragen;
c. wie welke de kosten draagt indien de onderwijsassistent of leraarondersteuner langer dan vier jaar over de opleiding tot leraar doet;
d. dat de onderwijsassistent of leraarondersteuner niet op andere wijze een studievergoeding krijgt vanuit het Rijk; en
e. welke afspraken zijn gemaakt voor het geval dat geen subsidie wordt toegekend.
2. Het bevoegd gezag of samenwerkingsverband en de onderwijsassistent of leraarondersteuner sluiten een overeenkomst, waarin ten minste is opgenomen:
a. dat de onderwijsassistent of leraarondersteuner ten minste 20% van het aantal uren van de betrekkingsomvang per week aan studieverlof ontvangt;
b. door wie de overige kosten naast de studiekosten worden gedragen;
c. wie welke de kosten draagt indien de onderwijsassistent of leraarondersteuner langer dan vier jaar over de opleiding tot leraar doet;
d. dat de onderwijsassistent of leraarondersteuner niet op andere wijze een studievergoeding krijgt vanuit het Rijk; en
e. welke afspraken zijn gemaakt voor het geval dat geen subsidie wordt toegekend.